De Meene, met links de gelijknamige boerderij en rechts Meenzicht. Foto: Ronald van Harxen
De Meene, met links de gelijknamige boerderij en rechts Meenzicht. Foto: Ronald van Harxen

Huppelse en Ratumse beken, waterleidingen, afwateringen en goten

Natuur

WINTERSWIJK - We staan er niet vaak bij stil, zo gewend zijn we eraan, maar als Winterswijk bij natuurliefhebbers ergens om bekend staat, dan zijn het wel zijn prachtige, natuurlijk aandoende beken. Zoals de Huppelse en Ratumse beken, waterleidingen, afwateringen en goten. 

Door Ronald van Harxen

Het tegen de Duitse grens aanliggende Masterveld in Huppel en Ratum, bestond net als het Meddoseveld eeuwenlang uit heide. Deels droog met waarschijnlijk vooral struikheide, deels vochtig met dopheide als dominerende plant. Tegen de grens aan lagen ook meer natte, moerassige stukken zoals de Muggenhoek en ’t Olde Vaene. De ontginning ervan kwam wat eerder op gang dan in Meddo. De Dwarsweg, van de Wandersweg via de kruising met de Vredenseweg in een rechte lijn naar de Duitse grens, staat op kaarten uit het midden van negentiende eeuw al aangegeven. De Meddose ‘evenknie’ de Masterveldweg, verschijnt pas op het einde van die eeuw. Ook hier zorgen gegraven watergangen voor de afvoer van overtollig water. 

De Modderbeek, Simmelinksgoot, Rennerdinksgoot, Afwatering van het Warfslat, Afwatering van het Lintum, de Meene, Afwatering van het Oude veen en nog een handvol. Vaak genoemd naar een boerderij in de buurt (Simmelink, Rennerdink, Warfslat, Lintum) of naar een plaatselijk toponiem zoals de Meene en het Oude Veen. Dit inmiddels ontgonnen veengebied lag langs de naamloze zandweg die vanaf ’t Lintum aan de Ratumseweg naar de Sint Vitussteen aan de Duitse grens. De naam Oude veen is van de kaart verdwenen, maar leeft nog voort in de beek die vanachter boerderij ’t Slat (laaggelegen, moerassig stuk grond; een veel voorkomende veld- en boerderijnaam in Winterswijk) dwars door het natuurgebied de Muggenhoek loopt. Het is een korte beek, 500 meter lang, die bij de Duitse grens uitmondt in de Vennevertlosebeek. De oevers zijn begroeid met varens: stekelvaren, wijfjesvaren, adelaarsvaren. Ook het zeldzamere dubbelloof, dat houdt van vocht en een afkeer heeft van te veel licht, staat er.
De Modderbeek is de enige van de hier besproken watergangen die het predicaat beek draagt. Waarom is in nevelen gehuld. Dat geldt overigens ook voor het jaar waarin de beek gegraven is. Waarschijnlijk bestonden delen van het tracé al in de eerste helft van de negentiende eeuw en zijn die later met elkaar verbonden. De beek loopt van de Waliënseweg langs de Huppelseweg onder ‘t Helder door om bij ’t Heurnderhuisje naar het zuiden af te buigen en tussen Boeijink en Kruggers door de Boeijnkweg over te steken. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd het deel tussen de Boeijnkweg en de Waliënseweg rechtgetrokken en aangesloten op de toen gegraven Koppelleiding. Ook werd toen de beek langs de Huppelseweg achterwaarts verlengd tot voorbij de splitsing met de Waliënseweg. Het lijkt aannemelijk dat de naam Modderbeek samenhangt met de indertijd geringe waterafvoer waardoor er meer sprake was van modder dan van stromend water.

In een ingezonden stuk in de Nieuwe Winterswijkse Courant van 13-10-1972 schrijft H. Hijink: “ … maar die naam zegt al genoeg dat deze beek nodig aan verbetering toe was.”

Een andere watergang die het vermelden waard is, is de Walvaartsgoot, genoemd naar boerderij Walvaart (nu Reessink) aan het tegen de grens aan doodlopende deel van de Wandersweg. Het boerderijtje (gebouwd tijdens de ontginning van het Masterveld) werd in 1921 betrokken door de uit het Duitse Gaxel afkomstige Johann Wilhelm te Walvaart, getrouwd met Gertrud Adelheid Resing. Daar zullen we – hoewel anders geschreven – de verklaring hebben voor de dubbele naam. De Walvaartsgoot loopt grotendeels parallel aan de Duitse grens en watert helemaal op het eind van de Wandersweg af op de Beurzerbeek.

Iets zuidelijker langs de grens in het Masterveld stroomt de Meene. De naam verwijst naar het gemeenschappelijk gebruik van (woeste) grond. Ook twee boerderijen die er in de ontginningsperiode zijn gebouwd (de Meene (circa 1915) en Meenzicht (circa 1933) verwijzen daarnaar. Bij het boerderijtje Meene, steekt hij zuidwaarts door richting de Kremerweg om vandaaruit af te wateren op de Boldersbeek. Zowel de Walvaartsgoot als de Meene, hadden naast hun waterafvoerende taak, ook een functie als grensafbakening. Al zal die vanwege de geringe breedte en diepte niet veel om het lijf hebben gehad. Op oude topografische kaarten is helaas niet goed te achterhalen wanneer beide beken precies gegraven zijn, maar waarschijnlijk dateren ze uit de eerste of misschien zelfs pas uit tweede helft van de vorige eeuw.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant