[AUDIO] Sander Leest | ‘De grasbaan’ lees je in één keer uit
De omslag van het boek. Foto: Sander Grootendorst
De omslag van het boek. Foto: Sander Grootendorst
AUDIO

Sander Leest | ‘De grasbaan’ lees je in één keer uit

ACHTERHOEK - ‘De rivier had geen duidelijke oevers – het was gras, eerst, en dan dadelijk, haast even hoog, het water, dat geluidloos en snel voortgleed. Dat was moeilijk te zien, dat voortglijden; er dreef niets in dat water; het was zo schoon als gewreven glas.’

Op Twitter meldde Bernhard Harfsterkamp, medewerker van deze krant in Winterswijk en Aalten, dat Christiaan te Winkel was overleden. Leerkracht van beroep, en daarnaast schrijver: onder meer van bovenstaand citaat uit zijn novelle De grasbaan. Die had ik sinds jaren ongemoeid in mijn kast staan.

Waar had ik ook weer gelezen dat deze novelle, Te Winkels debuut in 1973, door zijn echtgenote naar een uitgeverij was gestuurd, en dat haar man niet boos was geworden toen Querido het inderdaad wilde publiceren? Dat moet zijn geweest in Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf: portretten van vergeten schrijvers uit 2006. Geschreven door Joris van Casteren. Op internet stuit ik op een interview met Christiaan te Winkel (‘voor zijn vrienden Chris’) in de Vordense krant Contact uit 1975. Hij is dan ‘sinds acht jaar onderwijzer aan de Bijz(ondere) school aan het Hoge en tegenwoordig ook in Vorden woonachtig.’ Geboren werd hij in Winterswijk, januari 1942.

De grasbaan lees je in één keer uit, er is geen alternatief. Te Winkel duikt in het onderbewustzijn en sleurt de lezer mee. De novelle is geladen als een geweer. Niet door iemand die een schrijfcursus heeft gedaan, daar is zijn stijl te eigenzinnig voor; rauw en nauwgezet tegelijk. Hij schreef voor zichzelf – zijn vrouw Erna zag in dat er een literair publiek voor zou zijn. Kan me voorstellen dat ze ‘geschokt’ was – schrijft Van Casteren – toen ze ‘daags na het huwelijk’ een doos met manuscripten aantrof en ging lezen. ‘Ik vroeg mij af of dat gewelddadige ook in Christiaan zat.’ Te Winkel bezat een flinke wapenverzameling, vertelt hij Van Casteren, dat wel. En hij was jager. In het boek wordt op kippen en ratten gejaagd.

Maar voor de lezer doet alleen de waarheid van het boek ter zake.

Iedereen kan het lezen zoals hij/zij het wil. Om krachtige zinnen zoals: ‘Hoe knoestig zijn eiken, zelfs in de rij: het blijven eenlingen; ze trekken zich geen donder van elkaar aan.’

Stijl en inhoud vallen samen. Opvallend is het vele gebruik van de puntkomma. Zoals de eerste zin van het citaat aan het begin van dit artikel begint aangeeft: het verhaal heeft zelf geen duidelijke oevers. Verleden, heden, droom, werkelijkheid, ze lopen door elkaar heen, begeleiden en omcirkelen elkaar zoals de hoofdpersonen: de ik-figuur, Spiks en Eleonora. Tussen wie een soort driehoeksverhouding ontstaat, maar alles vluchtig. Ook frapperend: de novelle gaat diep, maar blijft toch ook steeds hangen. Herinneringen aan de oorlog worden opnieuw beleefd (of toch slechts gefantaseerd?) Een zin op de achterflap springt in het oog: ‘Te Winkel begon te schrijven nadat hij uit militaire dienst kwam.’

Of geef ik als lezer het biografische dan toch weer te veel gewicht?

De ik-figuur vraagt zich op de voorlaatste bladzij af: ‘Zijn wij zonder gewicht en van geen belang als wij leven?’ Zo zwaar als het lijkt is het misschien allemaal niet. Maar wel meeslepend.

Sander Grootendorst
Tips:
sandergrootendorstleest@gmail.com


Christiaan te Winkel: De grasbaan. Querido, 1973. Antiquarisch nog verkrijgbaar

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden