SKB-pensionado’s Wim Doorakkers, Autje Sesink, Marieke Beijer en Marianne Dijkgraaf (vlnr) vertrekken zonder handdruk of knuffel. Foto: Henri Walterbos
SKB-pensionado’s Wim Doorakkers, Autje Sesink, Marieke Beijer en Marianne Dijkgraaf (vlnr) vertrekken zonder handdruk of knuffel. Foto: Henri Walterbos

SKB-pensionado’s vertrekken zonder handdruk of knuffel

'Je verstand zegt dat het niet kan, maar je gevoel is toch anders'

Door Henri Walterbos

WINTERSWIJK - Het zijn bizarre tijden voor iedereen. ‘Het nieuwe normaal’ in de ‘1,5 meter samenleving’ hakt er enorm in. Voorlopig nog steeds geen handen schudden, geen knuffels. Als je in het coronatijdperk dan na 22, 44 en zelfs 49 en 50 dienstjaren met pensioen gaat is het extra pijnlijk zonder de handdruk en een knuffel van je collega’s, waar je vele jaren lief en leed mee hebt gedeeld, de deur van je werkzame leven in het Streekziekenhuis Koningin Beatrix (SKB) achter je dicht te trekken. Het overkwam Wim Doorakkers, Marianne Dijkgraaf en Autje Sesink uit Winterswijk, evenals Marieke Beijer uit Beltrum.

Vier ziekenhuizen

Autje Sesink (66) begon in 1976 als Voedingsassistente in het Algemeen Ziekenhuis (AZ) in Winterswijk, dat later opging in het SKB, alwaar ze in 1984 haar werkzaamheden voortzette. Haar functie heeft inmiddels de benaming Zorgassistente. Na 44 dienstjaren en 4 maanden zal zij vanaf 17 juni gaan genieten van haar pensioen. “Ik had gehoopt er met 40 dienstjaren uit te kunnen, maar dat veranderde steeds. Ik zei dat wel eens tegen een patiënt. Kwam die een tijd geleden weer een keer in het ziekenhuis zegt hij tegen mij ‘bu’j d’r no nog?’ Op 20 augustus krijg ik officieel AOW.” Verpleegkundige Marianne Dijkgraaf (66) was liefst 49 jaar werkzaam in het ziekenhuis toen ze afgelopen week haar laatste werkdag beleefde. “Ik heb nog een schrijven dat ik nog in Doetinchem gesolliciteerd heb in het Sint Jozefziekenhuis, het latere Slingeland Ziekenhuis, maar was ik 7 dagen te jong om aangenomen te worden. September 1971 ben ik in het Sint Elizabethziekenhuis (EZ) begonnen dat in 1984 eveneens in het nieuwe ziekenhuis opging. Ik heb op alle afdelingen gewerkt door de jaren heen. De laatste jaren op C1 waar ik met ontzettend veel plezier heb gewerkt,” Marieke Beijer (63) uit Beltrum ging eind mei met pre-pensioen. “Ik heb mijn opleiding in Groenlo gedaan, in het Vincentiusziekenhuis. Na de opleiding heb ik nog een paar jaar doorgewerkt en ben er toen 15 jaar uit geweest. Na een telefoontje van de Kinderafdeling met het verzoek of ik weer als invalskracht aan de slag wilde gaan ben ik weer begonnen, een jaar later naar C0 doorgestroomd om op de verpleegafdeling C1 te blijven hangen tot het einde van mijn werktijd.” Wim Doorakkers’s laatste werkdag was midden in de coronapiek. “Ik ben in 1970 begonnen als leerling A-verpleegkundige in het Algemeen Ziekenhuis. Daarna een OK-opleiding gedaan en sindsdien daar als OK-assistent niet meer weg gegaan. Mijn laatste werkdag was 24 april, maar mijn officiële pensioendatum is 4 juni.”

Veranderingen

Alle vier maakten ze de nodige ontwikkelingen en veranderingen mee in de zorg. “Daar ga je in mee,” ervoer Marianne. “Je moet je steeds blijven ontwikkelen. Ook met computers. Ik heb dat niet als problematisch ervaren.” “Dat klopt. Je moet daar wel in mee en dat lukt ook wel,” vind ook Marieke, maar plaatst ze wel een kanttekening. “Ik vind wel dat het werk achter de computer meer is geworden dan de zorg voor de patiënt. Die zorg voor de patiënt mis je echt.” “Je hebt inderdaad het idee dat je meer met de computer bezig bent dan met de patiënt,” vindt ook Wim. “Ook die controles iedere keer. Komen ze bij ons op de afdeling, wordt hen gevraagd wie ze zijn, hoe oud ze zijn, waarvoor ze komen, aan welke kant ze geopereerd moeten worden, maar dat wordt voordat ze überhaupt geopereerd worden wel zes keer gevraagd. Zo zijn de regels nu eenmaal, maar ja. Sommige patiënten zeggen dan ook dat ze dat net nog verteld hebben.”

Naast de veranderingen van de zorg en de systemen zagen de oudgedienden ook de patiënt veranderen. “De patiënt is veel mondiger geworden. Vroeger keken ze echt op tegen de zuster en de dokter. Wat die zeiden gebeurde. Nu denken mensen daar zelf ook over na. Ook over hoe ze verzorgd willen worden. Dat is een goede ontwikkeling,” vindt Marianne.

“Vroeger had je veel meer een band met de patiënten. Nu gaan ze na twee of drie dagen al met ontslag,” zag Autje veranderen. “Ik kan me nog hartpatiënten in het AZ herinneren. De interne afdeling zat aan de IC vast. Als een patiënt daar op de IC lag, lag die daar al zes weken voordat hij naar de interne kwam. Je had veel meer een band.” Er zijn meer veranderingen waar Autje niet blij mee is. “Ik ben als voedingsassistente begonnen in het AZ onder de verpleging. Keuken en facilitair waren helemaal apart. Op een gegeven moment vielen wij onder facilitair, zijn we helemaal van de afdeling afgegaan. In die tijd werden maaltijden nog in de eigen keuken klaargemaakt. Broodmaaltijden werden door de nachtdienst klaargemaakt, moesten wij dat vanaf half acht verdelen. Dan weten verpleegkundigen ook wat voor eten de patiënt hebben mag, wat ze wel of niet mogen hebben, of ze een dieet hebben. Nu moeten ze dat ons vragen. Sinds drie jaar vallen we weer onder de afdelingen. Dat is veel prettiger. Kortere lijntjes. Wat ik erg jammer vind is dat er niet meer zelf gekookt wordt. Alles wordt kant en klaar aangeleverd. Patiënten hebben helemaal geen keuzes meer. Je kon dan halve porties bestellen, maar dat is allemaal niet meer. Het was wel meer werk, maar nu hebben we de schoonmaak en beddenopmaak erbij gekregen. Je bent nu anders druk, veel meer taken. Vroeger dekte je de tafel, deed je de patiënt een servet voor, maakte je fruit klaar. In oktober gaan we weer een pilot draaien, dat we geen schoonmaak meer doen en veel meer taken van de verpleging overnemen. Dat is hartstikke leuk. Zorgassistente is gewoon een erg leuke baan. Je bent veel meer op de kamers, met de patiënten bezig. Je bent ook een signaalpersoon. Ik maak die pilot zelf niet meer mee maar ik stimuleer mijn collega’s wel door te zeggen dat het hartstikke leuk is.” Ook Marianne zag de patiënt veranderen. “Het was vroeger veel gemoedelijker. Vroeger had je veel meer contact met de patiënt, nu heb je er ook vaak nog een hele familie bij.” “Je moet de thuiszorg regelen, allemaal in overleg met de familie,” vult Marianne aan. “Mensen blijven vaak langer thuis, komen al ouder in het ziekenhuis. Dan blijkt soms dat ze niet meer naar huis terug kunnen. Dan moet je dat ook regelen.” “Er zijn geen bejaardenhuizen meer. Ik ben benieuwd waar wij later terecht komen,” lacht Autje.

'Meer met de
computer
bezig bent
dan met de
patiënt'


Corona

Tijdens hun ruim gezamenlijke 150 dienstjaren maakten ze veel mee maar nog nooit zoiets als de recente coronapiek. “Dit is wel heel extreem wat je meemaakt. We horen van de IC, Recovery, de OK-mensen en de corona-afdeling D2 dat die heel erg druk zijn geweest, maar wij zijn op onze afdelingen een stuk minder druk geweest. Dat komt door vermindering van de reguliere zorg,” weet Marianne. “Er zijn wel mensen van onze afdelingen naar die afdelingen geweest om te werken.” Angst om zelf besmet te raken was er niet echt al ervoer Autje wel problemen, maar bij het thuisfront. “Mijn man is diabeet en 65 geweest. Dat maakte mij thuis bang. Testen mocht niet. Mijn man vond dat ook maar raar. Op de afdeling had ik geen angst. Je bent gewoon aan het werk.”

Samengaan

Alle vier maakten ze een fusie mee, met de samenvoegingen van de twee Winterswijkse ziekenhuizen en de ziekenhuizen in Groenlo en Lichtenvoorde. “We werkten voor de fusie al samen met mensen van het andere ziekenhuis in Winterswijk,” weet Wim nog. “Toen EZ en AZ in 1980 samengingen, kwam eerst Lichtenvoorde erbij, en later Groenlo, waar veel verzet was en men vond dat het streekziekenhuis in Groenlo moest staan, is er nu weer verzet. Als ze maar heel open waren geweest was het heel anders gegaan, was er meer begrip geweest. Je weet gewoon dat als je een fusie aangaat dat dit niet alleen gaat om het fuseren. Dan weet je dat er veranderingen aankomen, welke dat ook zijn. Het nieuws hebben we vooral uit de krant moeten vernemen.” “Ik mag hopen dat SKB zelfstandig blijft,” kijkt Marieke toch enigszins bezorgd. Ook Marianne als ze instemmend knikt. “Samenwerken moeten ze wel doen. Of ze het anders helemaal alleen redden weet ik niet,” vult Wim aan. “Laat iedereen zich ervan doordrongen zijn dat we een heel goed huis hebben hier. Ik hoop echt dat het als ziekenhuis doorgaat.”

Afscheid

Wordt er normaliter bij een afscheid op de werkplek en in het ziekenhuis van alles georganiseerd, de coronaregels maken het onmogelijk dat het grootschalig gebeurt. Marieke ervoer het toch als fantastisch. “Bij het afscheid heb ik koffie met gebak gedaan op de afdeling, er kwamen wat mensen langs, bloemetjes, cadeautjes. Toen ik thuiskwam dacht ‘dat is het’. Was net met mijn man aan het bijpraten hoor ik ineens getoeter. Hadden collega's buiten ‘op de plas’ een tafel neergezet met champagne, slingers, ballonnen en spandoeken, was er een auto-drive-thru. Collega’s kwamen langs me heen met een bloemetje en een kaartje. Ik vond het geweldig. Dat had je op een afdeling niet leuker kunnen hebben.” Ook Wim ervoer het achteraf als erg leuk. “Omdat we minder OK draaiden zaten veel collega’s thuis, stand by. De laatste week dacht ik wel een keer gebeld te worden. Dat gebeurde niet, ben ik de laatste dag naar mijn werk gegaan, zag ik dat ze slingers, ballonnen en foto’s opgehangen hadden. Dat was een geweldig gevoel. Er zitten dan wel minder collega’s. Ik heb nu nog steeds zoiets van ‘ik heb lang nog niet al mijn collega’s gezien. Ook de specialisten waar je jaren mee hebt samengewerkt.’ Ik heb afgesproken dat mijn afscheid nog wel een keer komt, in betere tijden.” “Wij doen ook nog een feestje samen,” vult Marieke aan. “Ik wilde een privéfeest doen, maar dat gaat nu ook niet door. Dat wordt waarschijnlijk januari 2021. Ik ben een van de weinigen van de collega’s die kan zoomen. Ik probeer mijn collega’s hier ook toe te zetten, maar dat lijkt ze te moeilijk. Ik weet dus niet of ik wel iets verwachten kan,” kijkt Autje toch ietwat bezorgd vooruit naar haar laatste werkdag. “Ik ben altijd met plezier naar mijn werk gegaan ondanks soms roerige tijden. Het is zo’n dankbaar werk. Dat ga ik zeker missen.” “Ik heb afgelopen periode veel foto’s gemaakt en heb toch ontzettend de behoefte aan een knuffel, maar dat mag dan niet,” bekent Marianne. “Dat is heel kil. Ook dat ik artsen niet meer zie vind ik moeilijk. Maar afgelopen woensdag toch een afscheid gehad. Collega’s stonden aan het begin van de Morgenzonweg tot aan de Rondweg met rozen langs de weg. Bij het ziekenhuis werd ik opgewacht door collega’s en zo naar de afdeling begeleid, waar collega’s en artsen mij verwelkomden. Daarna beeldbellen met collega’s. Een onvergetelijk en hartverwarmend afscheid van C1.” “Je verstand zegt dat het handen schudden en een knuffel niet kan, maar je gevoel is toch anders,” verwoordt Wim het algemene gevoel. “Ik zal de collega’s erg missen, maar het is goed zo,” vindt Marianne. “De jongeren moeten ook een kans hebben. Het is mooi geweest. Het was een prachtige tijd en ik heb genoeg hobby’s.” “Je bent eraan toe maar we gaan het zeker missen,” bekent Autje.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden