
Muldersbeek – aardiger dan je denkt
NatuurWINTERSWIJK - We staan er niet vaak bij stil, zo gewend zijn we eraan, maar als Winterswijk bij natuurliefhebbers ergens om bekend staat, dan zijn het wel zijn prachtige, natuurlijk aandoende beken. Zoals de Muldersbeek.
Door Ronald van Harxen
Aan de westkant van het dorp stroomt een beek die velen niet van naam zullen kennen: de Muldersbeek. Tegenwoordig begint hij op het Beatrixpark – hij voedt de vijver bij het ziekenhuis – om een kilometer onder de kern van Corle samen te gaan met de Schoolbeek en vervolgens met de Pieriksbeek. Hoe lang de beek er al ligt is niet goed te achterhalen. Op de kadastrale kaart uit 1832 staat hij niet vermeld, maar lijken enkele perceelsgrenzen wel ongeveer samen te vallen met de huidige loop. Dat geldt met name voor het stuk achter de naamgevende boerderij Mulders aan de Geelinkweg in Corle. Het is een oude boerenplaats die al in het verpondingskahier uit 1647 wordt genoemd: Mollers. Bij de boerderij hoorde acht molder bouwland, ongeveer overeenkomend met vier hectare. Waarschijnlijk betrof het de es aan de overkant van de weg. In Boerderij- en veldnamen in Winterswijk wordt deze den Mölders-es genoemd, door de Sligmansstegge (nu wandelpad) gescheiden van den Gelink-es. Een oud stukje cultuurland dus. Op de Topografisch Militaire Kaart uit 1845 staat het deeltracé langs de Geelinkweg overigens wel over de gehele lengte ingetekend.
Waarschijnlijk ten tijde van de ontginning van het Tuunterveld in de jaren twintig van de vorige eeuw werd de beek naar achteren verlengd, richting de boerderijen op ’t Mentink en de statige boerderij Groters die oorspronkelijk onder Dorpsbuurt viel. Het was daar indertijd een natte bedoening. Op de kaart uit 1832 is een deel ervan zelfs als water aangemerkt. De naam Koelveen herinnert er nog aan, half land, half water. Talloze sloten getuigen van de pogingen het droog te leggen. Om de een of andere reden heeft men er de brui aan gegeven en is het restant overgelaten aan de natuur. Er groeien nu elzen en volop gele lissen.
De landgoederen Mentink en Nieuw-Sligs zijn op aardige wijze toegankelijk gemaakt via een wandelpad. De naamloze zandpaden die vanaf de Corleseweg richting ’t Mentink gaan, heetten vroeger in de volksmond den Velddiek/Zwattendiek en den Krommendiek. Hoe aardig zou het zijn die namen weer in ere te herstellen? De eerste kenmerkt zich door de zwarte (beekeerd)grond en de tweede door de bochten aan het begin en het eind waardoor de weg inderdaad een kromme indruk maakt (de eerste is kaarsrecht). De Muldersbeek kruist den Krommendiek en loopt vervolgens parallel aan den Zwattendiek waarna hij bij de Geelinkweg de Corleseweg oversteekt. Kort daarvoor heeft zich de Laarbergwaterleiding, afkomstig van het industrieterrein erbij gevoegd.
Het laatste stuk voordat de beek de Corleseweg oversteekt – waar hij door een bosje loopt – is bijzonder aardig vanwege de natuurlijk aandoende, enigszins slingerende loop. De oevers zijn in het vroege voorjaar bezaaid met geelbloeiend speenkruid. Net over de Corlese weg voegt zich het beekje dat voor de afwatering van het Koelveen zorg moest dragen en de weinige vloeiende benaming (Koelveen)waterleiding draagt, bij de Muldersbeek en gezamenlijk trekken ze op richting de Pieriksbeek. Hoewel het vanaf daar een ietwat saai aandoende beek lijkt, met een breed schouwpad, is de beekflora beslist aardig. Grote drijvende plakkaten haaksterrekroos, middelste waterranonkel en mannagras, geven de beek een levendig aanzien. Tegen de oevers aan zelfs gele lis en op meerdere plekken – bijzonder bekoorlijk – dotterbloemen. Dotterbloemen houden van zuurstof- en voedselrijk water dat niet vervuild is met fosfaten en ammoniak. Vaak is er ook sprake van enige kwel. Met andere woorden: een soort die zich lang niet in iedere beek thuis voelt en gerust gekoesterd mag worden. Op de oevers volop speenkruid. Al met al zeker een heel aardig beekje, de Muldersbeek.










