
Van put en pomp naar stromend water: 100 jaar waterbedrijf in Winterswijk
MaatschappijWINTERSWIJK – Het is nu nauwelijks voor te stellen. Want het is tegenwoordig heelvanzelfsprekend dat huishoudens beschikken over water dat uit de kraan komt en dat iedereen fatsoenlijk kan douchen en baden. Maar dat was voorheen heel anders en moesten mensen de nodige moeite doen om aan water te komen. Ook in Winterswijk, waar pas sinds eind mei 1926, nu dus iets meer dan honderd jaar geleden, de eerste inwoners water van het gemeentelijk waterbedrijf kregen.
Door Bart Kraan
Daarmee was Winterswijk nog één van de eerste gemeenten in de Achterhoek met stromend water. ‘’Buiten Doetinchem en Zutphen had geen enkele gemeente een eigen waterbedrijf’’, vertelt Nico Overkamp, die vanaf 1979 tot zijn pensioen in 2019 in de waterbusiness werkte. Eerst bij Drinkwaterbedrijf Winterswijk, later bij Waterleiding Oost Gelderland, Waterbedrijf Gelderland om tenslotte zijn werkzame leven bij Vitens af te sluiten.
Voor de oprichting van Drinkwaterbedrijf Winterswijk haalden de mensen water uit een eigen put of pomp. ‘’Maar dat bracht hygiëne-problemen met zich mee. En er waren problemen met de waterwinning. Want hier heb je om de honderd meter met een andere grondsoort te maken, je hebt ook veel keileem. Terwijl in de rest van de Achterhoek zand ligt. Vandaar dat werd besloten om een drinkwaterbedrijf op te richten. ‘’Dat bedrijf ging op 28 mei 1926 aan de slag. Toen werden het pompstation aan de Meenkmolenweg in Corle, dat via winputten grondwater wint, en de watertoren aan de Misterstraat in gebruik genomen. ‘’Het water ging naar de watertoren, van daaruit bereikte het de leidingen in de gebouwen in Winterswijk. Aanvankelijk waren er geen watermeters. Hoeveel mensen voor hun water moesten betalen, werd vastgesteld aan de hand van de oppervlakte van de gebouwen en de aanwezigheid van dieren’’, aldus Overkamp. Hoeveel iedereen moest betalen, was terug te vinden in boekjes met verordeningen ‘regelende de tarieven en de voorwaarden voor de levering van water door de drinkwaterleiding van de gemeente Winterswijk’.
Overkamp heeft een aantal jaren geleden daar twee van gevonden en heeft ze altijd met plezier in bezit gehad. ‘’Maar nu denk ik erover ze aan het museum te geven.”
Aanvankelijk bediende Drinkwaterbedrijf Winterswijk alleen de bebouwde kom van de gemeente. De buurtschappen kwamen pas later, op basis van het zogeheten Groene Plan, in aanmerking voor stromend water. ‘’Pas in de jaren vijftig werd het buitengebied ontsloten’’, zo geeft Overkamp aan. ‘Ik kan me dat als kleuter nog wel herinneren. Qua infrastructuur was dat een grote klus. Volgens mij was in 1960 alles rond.’’
De ontsluiting van het buitengebied verliep overigens niet al te snel. Want bij sommige werkzaamheden waren de mensen van Drinkwaterbedrijf Winterswijk aangewezen op wel heel langzame vervoersmiddelen. ‘’Nog voor het werk in het kader van het Groene Plan begon, moesten twee man een waterleiding naar Meddo aanleggen. Dat moest met behulp van een bakfiets, waarmee ze per dag twee gietijzeren buizen vervoerden. Die hadden ze in de loop van de middag gelegd, daarna keerden ze terug naar Winterswijk. Dus die mannen waren pas na een x-aantal maanden in Meddo.’’
Druk
Drinkwaterbedrijf Winterswijk ging op 1 januari 1988 op in Waterleiding Oostelijk Gelderland (WOG). Dat gebeurde onder druk van de rijksoverheid. ‘’Het moest allemaal grootschaliger, de waterbedrijven in Deventer en Zutphen gingen ook naar de WOG. Gevolg van de overgang was een kleine tariefsverhoging. Daar is in Winterswijk wel wat over te doen geweest. Wij waren namelijk goedkoper. Dus de mensen vroegen zich af wat het nut van de overgang naar de WOG was. Maar de landelijke overheid wilde centraliseren, wilde de controle.’’
Overkamp heeft dit van nabij meegemaakt. Want hij was sinds 1979 in dienst van Drinkwaterbedrijf Winterswijk. Eerst op proef, daarna in vaste dienst. ‘’In het midden van de jaren zeventig kwam ik van school af. Ik had een landbouwopleiding gedaan en zou de boerderij van mijn ouders overnemen. Maar dan zou ik moeten specialiseren en dat wilde ik niet. Dus ging ik aan het werk bij loonbedrijf Bruntink-Huiskamp. Dat deed veel grondwerk voor het gemeentelijke waterleidingbedrijf. Dat had een aantal vacatures, ik vond dat werk wel interessant.’’
Van die keuze heeft Overkamp geen moment spijt gehad. Hij kon goed met zijn collega’s opschieten en het werk was gevarieerd. ‘’Ik deed van alles, bijvoorbeeld hoofdleidingen en huis-aansluitingen aanleggen’’, aldus Overkamp die ook wel eens met vervelende zaken te maken kreeg. Zoals in 1985. ‘’Bij een school in de bebouwde kom waren toen de verwarming en de installatie bevroren. Het personeel had de kachel op tien graden gezet, terwijl het buiten tien graden vroor. Dat probleem moest verholpen worden, wat behoorlijke waterschade opleverde.’’
Overkamp werd na de overgang van Drinkwaterbedrijf Winterswijk naar de het districtskantoor van de WOG in Borculo overgeplaatst. Dat vond hij geen probleem. ‘’Er waren daar meer carrièremogelijkheden, er waren diverse vacatures. Ik kwam terecht bij de leiding-registratie, een administratieve functie’’, aldus Overkamp, die na de overgang naar Waterbedrijf Gelderland in Arnhem kwam te werken. ‘’Daar hield ik me als projectleider bezig met het aanleggen van hoofdleidingen. Was ik verantwoordelijk voor de aanbesteding, graafwerk, het regelen van vergunningen en de contacten met werkbeheerders en boeren. Dus ik had veel persoonlijke contacten. De medewerking van het gros van de mensen was prima. De boeren probeerde ik te ontzien door zo veel mogelijk op openbare grond aan het werk te gaan.’’Bij Vitens deed Overkamp hetzelfde werk als bij Waterbedrijf Gelderland. Ook bij Vitens beviel het hem prima. ‘’Ik kijk er positief op terug, ik heb het werk daar altijd als leuk ervaren.’’









