Het gaat goed met de buizerd. Foto: Jan Stronks

Het gaat goed met de buizerd. Foto: Jan Stronks

De buizerd, een succesverhaal

Natuur

WINTERSWIJK - Ā In de Atlas van de Nederlandse broedvogels uit 1979 wordt de stand van de buizerd voor de jaren zestig van de vorige eeuw geschat op plusminus honderd paar. Het gebruik van pesticiden (DDT) had een ware slachting aangericht onder roofvogels. Toen het gebruik ervan verboden werd, kon de stand zich langzaam herstellen. Volgens de Broedvogels van Winterswijk dat in 1985 verscheen, telde alleen al de Winterswijkse buizerdpopulatie op dat moment tussen de tachtig en honderd broedparen. ā€œInmiddels broeden er rond de driehonderd paartjesā€, aldus Ab Kreunen die voor de Vogelwerkgroep Zuidoost-Achterhoek de roofvogelpopulatie bijhoudt.Ā 

Door Ronald van Harxen

ā€œDat is dan wel inclusief Aalten en Lichtenvoordeā€, vult hij aan. ā€œMaar een flink deel daarvan, zo’n 175, vinden we in Winterswijk. Het Winterswijkse landschap is dan ook ideaal voor de soort. Overal kleinere en grotere bosjes en brede houtwallen met weilanden en akkers ertussenin om te jagen. Het bos gebruikt hij alleen om te broeden.ā€ Het is wat voedsel betreft een beetje een alleseter, hij eet wat voorhanden is. Ab: ā€œWaar veel van is, wordt veel van gegeten. Dat is ook een van de reden waarom het zo goed gaat met de buizerd. Er is altijd wel wat te eten. Van muizen en konijnen tot vogels en regenwormen. Zelfs grote insecten worden gevangen. Het zijn, in tegenstelling tot hun soms wat sullig lijkende gedrag, erg behendige jagersā€

Typisch voor de buizerd is dat hij zo variabel van kleur is, van bijna geheel wit, tot donkerbruin. Ab: ā€œWaarom dat zo is, weet ik eigenlijk niet. In Frankrijk noemen ze hem daarom ā€˜Busard variabele’, de variabele buizerd. Het is niet zo dat witte buizerds wintergasten uit Noord-Europa afkomstig zijn. Ik zie ze in de zomer ook.ā€

Het is elk jaar weer een hele klus te tellen hoeveel buizerds er zijn. ā€œGelukkig is het een erg honkvaste soort, die jaar in jaar uit op dezelfde plek voorkomt.ā€ weet Ab. ā€œVaak gebruikt hij zelfs hetzelfde nest. Elk jaar bouwt hij er een randje van dode takken bovenop, soms voorzien van groene takjes. Daaraan kun je zien dat het nest weer bezet is. In de dertig jaar dat ik nu verantwoordelijk ben voor het tellen van de roofvogels, hebben we een kleine vierhonderd territoria ontdekt. Daarvan zijn er jaarlijks een dikke driehonderd bezet. Overigens ringen we in Winterswijk al jarenlang geen buizerds meer, we tellen alleen de territoria. Dat is al meer dan genoeg werk (1)ā€

Buizerds komen nogal eens negatief in het nieuws als ze op een bospaadje een hardloper aanvallen, zoals onlangs nog in de Brinkheurne. Ab: ā€œIk erger me dood aan dat soort sensatieverhalen. Je zou er momenteel niet ontspannen kunnen hardlopen of fietsen. Klinkklare onzin. Zulke buizerds doen niets anders dan wat elk ouderpaar zou doen als ze hun kinderen bedreigd weten: ze verdedigen.

Koolmezen doen het ook, als je te dichtbij komt. Dat een hardloper niets kwaads in de zin heeft, tja, dat kan hij niet van het gezicht aflezen. Het is overigens maar een heel kleine minderheid van de vogels die zulk gedrag vertoont. Uiteraard snap ik dat het beangstigend kan overkomen. Flink met je armen zwaaien schrikt ze eigenlijk altijd wel af.ā€

(1) Mensen die interesse hebben mee te helpen bij het tellen van buizerds en andere roofvogels, kunnen zich melden bij Ab (info@vwgzoa.nl).

Het gaat goed met de buizerd. Foto: Jan Stronks
Het gaat goed met de buizerd. Foto: Jan Stronks

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant