Columns

Uut 't Wald | Ofwasken (2)

Ofwasken (2)

Vorige week schetste ik op deze plek hoe ik bij voorkeur nog met de hand de afwas doe en daar gaan we deze week nog even mee verder. We waren gekomen op het punt dat de afwas stond uit te lekken op het afdruuprek. Wat volgt er daarna ?
Nou, even nog goed afdrogen met een theedoek natuurlijk. Hé, da's eigenlijk best een vreemde benaming voor zo'n lap stof. Het schijnt dat het woord theedoek te maken heeft met de gewoonte om vroeger (dan heb ik het over de negentiende eeuw) de porseleinen theekopjes met een speciale doek af te drogen. Een karweitje dat de dames van stand zelf opknapten en niet aan de dienstmeid overlieten. Stel je voor, dat die zo'n duur kopje zou breken….
In de Achterhoek werd weinig thee gedronken en al helemaal niet uit kostbare porseleinen kopjes. Vandaar misschien, dat zo'n theedoek in deze contreien gewoon dreugdook heet. Maar ook wel schötteldook, köpkesdook, bordendook of (in de Liemers) glazedoek of schotteslet. De oudst bekende benaming voor een theedoek is trouwens schulkdoek. Maar dat woord hoor je nooit meer.
Wel hebben mensen het soms over een wasseldook als ze een theedoek bedoelen. Maar dat is eigenlijk een foute benaming. Een wasseldook (of waskeldook) is een vaatdoek. En die gebruik je niet om iets mee af te drogen, daarmee maak je dingen schoon. De tafel bijvoorbeeld, het aanrecht, het fornuis. En zo nodig ook de kindergezichtjes. Daar had je vroeger geen speciale snoetenpoetsers voor nodig.
Overigens werd een wasseldook doorgaans ook niet in de winkel gekocht. Een lap om mee schoon te maken kon je makkelijk zelf vervaardigen. Van versleten lakens bijvoorbeeld. Vier lapjes op elkaar stikken en de wasseldook was klaar!

Meer berichten