In de voormalige Tricot fabriek zijn woningen gerealiseerd. Foto: Clemens Bielen
In de voormalige Tricot fabriek zijn woningen gerealiseerd. Foto: Clemens Bielen

Mag dit weg? Ontwikkelingen op gebied van erfgoed

Wonen

WINTERSWIJK- Van 23-27 juni vond in Winterswijk het Transformatiefestival Achterhoek plaats. Een inspirerende week voor een andere kijk op bouwen/wonen. Op drie locaties konden ontwerpers en architecten hun talenten botvieren, maar de nadruk lag vooral op de omslag naar een andere manier van benaderen: de omslag van bouwen naar wonen, de omslag van hoog financieel rendement naar waarden, die wij koesteren. Dat brachten de sprekers vooral naar voren. Eén van hen was Frank Strolenberg.

Door Clemens Bielen

Frank Strolenberg werkt al 35 jaar in het Erfgoed. Hij stond aan de wieg van het Nationaal Programma Herbestemming, dat in de tijd van de vastgoedcrisis is opgezet. Strolenberg: “Er werd mij door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gevraagd om rondom leegstand en herbestemming een programma op te zetten en activiteiten te ontwikkelen. Veel partijen uit ‘bouwend Nederland’ werkten daaraan mee.”
Eenvoudig was dat niet, volgens Strolenberg. “De vastgoedsector was destijds helemaal niet gewend om na te denken over herbestemming. Slopen en nieuwbouw was het devies en ik werd aanvankelijk dan ook weggehoond. Het is moeilijk om van de modus ‘bouwen, bouwen, bouwen’ over te gaan in ‘wonen, wonen, wonen’. Men bracht vele argumenten naar voren waarom herbestemming geen kans van slagen zou hebben.”
Herbestemming van oude gebouwen beweegt zich vaak tussen twee ogenschijnlijk moeilijk te verzoenen werelden: de economische en de cultuurhistorische wereld.

Bezwaren tegen herbestemming
De gebouwen voor herbestemming zouden te vies en onaantrekkelijk zijn, te duur, geen rendement, te ingewikkeld, de functies voor oude gebouwen beperkt en met een monument mag niets. Volgens Strolenberg hebben de vele herbestemmingen inmiddels wel aangetoond, dat vele bezwaren voorbarig waren. Hij geeft diverse voorbeelden van goed geslaagde projecten. Voortdurend vallen herbestemde gebouwen in de prijzen. Het Nationaal Holocaust Museum in Amsterdam werd ‘gebouw van het jaar’. Het museum is gevestigd in de voormalige Hervormde Kweekschool. De naastgelegen crèche werd door de nazi’s als verzamel- en deportatieplaats gebruikt voor Joodse kinderen en door de hulp van de directrice van de Kweekschool konden honderden van hen ontsnappen. Het is een voorbeeld van met een andere bril kijken naar bouwen. Die historie geeft het gebouw een meerwaarde.
Een ander bijvoorbeeld is de tot boekhandel getransformeerde Dominicanenkerk in Maastricht, die uitgeroepen is tot mooiste boekhandel ter wereld! Maar ook in de Achterhoek zijn er de nodige voorbeelden: van de Tricotfabriek in Winterswijk tot de DRU in Ulft.

Een nieuwe trend
De aanvankelijk scepsis is inmiddels grotendeels weggeëbd. Strolenberg: “Met name sinds de vastgoedcrisis is het aantal herbestemmingen geëxplodeerd. Honderden herbestemde fabrieken, 1800 van de 7100 kerken, 90 Procent van alle kloosters, alle postkantoren, oude havens, bedrijventerreinen, spoorzones, tramremises, kantoren, scholenziekenhuizen, kazernes en ga zo maar door. Het illustreert ook dat de aanname dat het aantal functies voor herbestemmingen beperkt zou zijn, onjuist is.”

Van ‘niets mag’ naar ‘alles kan’
Ook het aanvankelijke vooroordeel dat ‘Niets mag met een Rijksmonument’ wordt door Strolenberg onderuitgehaald. Hij gaat zelfs zover om te zeggen: Alles kan met een Rijksmonument! “De huid mag eraf, er mag nieuw interieur in, je mag het slopen en je mag het weer opbouwen of verplaatsen, het gebouw mag doormidden, er mag iets vóór/naast/achter/onder/op worden gebouwd. Voorbeelden te over. Dat betekent overigens niet dat alles zomaar mag. Herbestemming vraagt altijd om goed overleg over de ingreep met de te verwachten effecten. Herbestemmingen vinden ook vaak een breed draagvlak onder de bevolking. Naast de culturele en sociale meerwaarde laat onderzoek zien, dat je altijd nog kunt rekenen op een rendement van 6%!

Aantrekkingskracht van het landschap
Historische plaatsen hebben meer aantrekkingskracht en ook het landschap eromheen is een belangrijke vestigingsvoorwaarde. En in dat landschap wil je dus zo min mogelijk nieuw bouwen.”
Waarom doen we dit allemaal? “Omdat mensen zich straks in de toekomst ook thuis moeten kunnen voelen, dit is mijn thuis, het is een kwaliteit, waar je voor vecht. Strolenberg sloot zijn presentatie dan ook af met: “Mag dit weg? Liever niet! Continuïteit van het verleden, gebruikswaarde in het heden en een thuis in de toekomst.” 

In de voormalige Tricot fabriek zijn woningen gerealiseerd. Foto: Clemens Bielen

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant