: Nachiko Ueno en Joan Dillon, violen, Miriam van Dixhoorn, altviool en Benno Rickert, cello. Foto: Joan Dillon
: Nachiko Ueno en Joan Dillon, violen, Miriam van Dixhoorn, altviool en Benno Rickert, cello. Foto: Joan Dillon (Foto: )

Beethoven van huiskamer tot concertzaal met Euregio Strijkkwartet

WINTERSWIJK - Afgelopen zondagmiddag gaf het het Euregio Strijkkwartet met een concert in het Doopsgezind kerkje. Het kwartet gaf een inkijkje in Beethoven's privéleven en muzikale ontwikkeling.

Het kwartet opus 18 nr. 4 behoorde tot zijn eerste scheppingsperiode hetgeen aanschouwelijk werd gemaakt door de kwartetopstelling in een cirkel rond een tafeltje. Dit kwartet kwam uit Beethoven's klassieke periode waarin het strijkkwartet uitsluitend voor huiskamergebruik was bedoeld. Er werd intiem gemusiceerd door het Euregio Strijkkwartet, als een langgerekte dialoog tussen de vier instrumenten van woord en wederwoord, instemming en conflict, geruzie en verzoening. Het tweede kwartet van het programma, opus 59 nr. 1, ademde een totaal nieuwe sfeer. Het stamt uit Beethoven's tweede scheppingsperiode. Binnen slechts 6 jaren had Beethoven zich ontwikkeld van klassiek naar romantisch componist. Het strijkkwartet werd van huiskamermuziek gepromoveerd naar concertzaalmuziek met betalend publiek. Zijn stijl veranderde volledig naar een nieuwe compacte sound met grote klankerupties en uitdrukking van heftige gevoelens. Dit kwartet, geschreven in 1806, lokte in die tijd dan ook grote verontwaardiging uit, zowel bij publiek als bij de musici. Er was nauwelijks positieve kritiek en zelfs de musici beklaagden zich over hun onspeelbaar moeilijke partijen, waarop Beethoven woest reageerde met..."denk je nou heus dat ik aan jouw ellendige viool denk wanneer ik mijn gevoelens in muzieknoten omzet?..." Het Euregio Strijkkwartet was die moeilijke partijen goed de baas. Zij hadden nu een kleine aanpassing in hun opstelling gemaakt en speelden meer in hoefijzervorm: gericht naar het publiek, zonder tafel in het midden. De intens gevoelvolle melodie waar de cello het kwartet mee opende was het begin van een hartverwarmende uitvoering waar het publiek anno nu heel goed naar kon luisteren. Maar zo gaat het vaak met eigentijdse componisten: zij worden niet begrepen door het eigentijdse publiek. Het intens treurige langzame deel, Adagio molto e mesto, verdient specifieke vermelding. Dit werd met adembenemende intensiteit vertolkt. Na het laatste deel, gebaseerd op een Russisch volkslied, waarbij de vier kwartetstemmen in geraffineerde ritmische patronen wild door elkaar heen worden geweven hetgeen van de musici opperste concentratie eist, kwam er een lang en welverdiend applaus van het in grote getale aanwezige publiek. Met een toegift werd dit door het Euregio strijkkwartet beloond.

Meer berichten