Foto:
Columns

Zwaleman | Streektaal

Streektaal

Mijn opa was schoolmeester. Bovenmeester nog wel. Of zoals het toen officieel heette: hoofd ener school. In een klein dorpje en dus behoorde hij tot de notabelen. En dat had zo zijn verplichtingen. Mijn opa zag er altijd uit en gedroeg zich ook als een heer. Niet alleen in zijn klas, maar ook in het sociaal verkeer sprak hij altijd keurig netjes. Godfried van Bouillon is de enige 'krachtterm' die hij wel eens bezigde. En natuurlijk sprak hij ABN, zoals dat toen nog heette. Algemeen beschaafd Nederlands. Uit zijn mond heb ik nooit ook maar één woord 'plat' gehoord.
Best raar eigenlijk, want hij was geboren en getogen in Drenthe en woonde na zijn twintigste altijd in de Achterhoek. En hoewel je dat aan zijn uiterlijk en gedrag niet kon aflezen, was hij van eenvoudige komaf. Tot aan mijn opa waren al mijn voorouders boeren of turfstekers. Het kan haast niet anders of opa is opgegroeid in een omgeving waar het dialect de voertaal was. Hij moet ooit Drents hebben gesproken en als je dat kunt is het Achterhoeks ook niet moeilijk. Tenslotte vallen beide streektalen (en het Twents trouwens ook) onder het Nedersaksisch, dat vorig jaar officieel als taal werd erkend.
Maar in de jaren dat mijn opa voor de klas stond was die erkenning nog heel ver weg. 'Plat' praten gold nog als een beetje onfatsoenlijk, ondanks dat voor heel veel mensen het Achterhoeks de eerste taal was. Kindertjes die op hun zesde naar school gingen kenden soms alleen maar Achterhoeks. Het was de taak van de juffrouw om ze 'netjes' te leren spreken. Zodat ze tegen de tijd dat ze in de zesde klas kwamen mijn opa tenminste konden verstaan. Ik weet niet of dat op mijn opa's school ook het geval was, maar ik heb wel eens verhalen gehoord van kindertjes die zelfs straf kregen als ze in het speelkwartier op het schoolplein 'plat' praatten.
Natuurlijk werd ook bij opa thuis keurig Nederlands gesproken. Mede omdat mijn oma een 'stadse dame' was, die dat 'boerentaaltje' verfoeide. Mijn vader en zijn zusje (mijn tante) hebben thuis dus nooit Achterhoeks gesproken. Maar ze leerden die taal wel, van vriendjes of vriendinnetjes. Het is best grappig, dat beiden op latere leeftijd gingen dichten en schrijven in de streektaal. Mijn tante, die trouwens ook onderwijzeres was en met haar leerlingen Nederlands sprak, deed dat in het Achterhoeks van haar jeugd. Mijn vader, die al op jonge leeftijd de Achterhoek achter zich liet en Tukker werd, in het Twents.
Ook in mijn jeugd gold nog een beetje dat je 'netjes' moest praten als je in het leven vooruit wilde komen. Dus werd ook bij ons thuis nooit anders dan Nederlands gesproken. Zelfs door mijn moeder die van huis uit wel plat sprak. (Ik zeg nu bewust plat, want ze kwam uit Enschede. En het dialect in een wat grotere stad klinkt toch altijd iets minder mooi dan de taal die daar omheen wordt gesproken. Inderdaad: platter!).
Onlangs las ik in de krant een artikel over Willemijn Zwart. Een Neerlandica die in Twente woont, maar als projectleider streektaal werkt bij de IJsselacademie in Zwolle. Zwart heeft het initiatief genomen tot de oprichting van een docentenvereniging speciaal voor het Nedersaksisch. Volgens haar zijn leraren van groot belang voor het behoud en de ontwikkeling van Achterhoeks, Twents en de andere Nedersaksische talen. Ik vraag me af of mijn opa, als hij nog had geleefd, van die club lid zou zijn geworden. Waarschijnlijk niet. Mijn tante vermoedelijk wel!

Meer berichten
 

Nieuwsoverzicht

Meer berichten