Raadscommissie: Beleidslijn rond spuitvrije zones

WINTERSWIJK- In de raadscommissie van donderdag 11 juni werd er vooral gediscussieerd over het volgen van de beleidslijn ten aanzien van de spuitvrije zones. De drie insprekers gaven een goed inzicht in de problemen die zijn ontstaan bij initiatieven in het buitengebied, die te maken hebben met de leefbaarheid en in lijn liggen met gemeentelijk beleid. Inspreker Niek Stortelers gaf met zijn casus heel goed weer, welke problemen zich voordoen bij het ontwikkelen van initiatieven in het buitengebied. Hij is 24 jaar, geboren en getogen in Winterswijk, een jonge inwoner die graag toekomst wil opbouwen in zijn eigen buurtschap. En dat past ook heel goed, want hij werkt als loonwerker in de agrarische sector. Hij wil graag met zijn vriendin gaan wonen op het erf van zijn oma van 80 jaar, die alleen woont. Een oude schuur, die niet meer is op te knappen willen zij omzetten in een woning. Dit past in het beleid van de gemeente om het gebied leefbaar te houden. Het één-erf-principe. Generaties kunnen naar elkaar omkijken, naoberschap in de meest enge zin. De tekeningen zijn gemaakt, de buurt is nauw betrokken, er is een landschappelijke inpassing gemaakt, vanuit de afdeling ruimtelijke ordening is alles afgestemd en zijn er geen bezwaren. Niek Stortelers: "Waar het nu op vastloopt is de spuitzone.” Het is een juridisch ingewikkelde kwestie.

Door Clemens Bielen

Onzekerheden
Bij (bouw)initiatieven moet er voldaan worden aan de omgevingswet. De omgevingswet geeft de verplichting om gezondheidsaspecten mee te nemen in de beoordeling van vergunningverlening aan projecten. Uit jurisprudentie (Raad van State) is gebleken, dat het spuiten van gewasbeschermende middelen (gif) binnen een afstand van 50 meter vanaf woningen vaak niet wordt toegestaan op grond van gezondheidsaspecten. Het aanhouden van die 50 meter levert echter in het Winterswijkse buitengebied problemen op, die misschien later niet nodig blijken te zijn. Simone Hijink, zelf melkvee- en geitenhouder en sprekend namens LTO-Noord gaf aan, dat de jurisprudentie niet aansluit bij de Winterswijkse werkelijkheid. Met name in gebieden met fruitteelt wordt het gif hoog in de lucht gespoten en met een beetje wind verspreidt zich dat snel. In Winterswijk is nauwelijks fruitteelt, maar voornamelijk grasland en een beetje akkerbouw. Het aanhouden van een zone van 50 meter ligt dan minder voor de hand.

Collegevoorstel
De gemeente onderkent het probleem en stelt voor dat het aspect ‘spuitvrije zones' voor initiatiefnemers niet als belemmering wordt gehanteerd. Binnen het college neemt wethouder Elvira Schepers een minderheidstandpunt in. Zij is van mening dat de gevaren voor de gezondheid zwaarder dienen te wegen en acht het gerechtvaardigd om terughoudendheid te betrachten en het voorzorgsbeginsel leidend te laten zijn. Het collegevoorstel leidde tot een levendige discussie, waar een raadscommissie ook voor bedoeld is.
Thimo Veldkamp (PvdA) bracht in zijn maidenspeech naar voren, dat het collegevoorstel (scenario 3) te kwetsbaar is ten aanzien van de juridische risico's en het niet voldoen aan het voorzorgsbeginsel. De PvdA beweegt zich liever in de richting van scenario 2, waarbij per aanvraag wordt afgewogen welke afstand acceptabel is en dit scenario te versterken met extra afspraken. Duidelijkheid voor nu, maar ook voor de toekomst. Hij suggereerde dat het misschien mogelijk was om uitzonderingen te maken voor zeer kwetsbare locaties (scholen, kinderopvang etc.). In zijn antwoord bleek wethouder Visser dat een onwerkbare oplossing te vinden.
Chiem Bras (Vóór Winterswijk) is blij met de beleidslijn en ziet daarin een evenwichtige oplossing die nu voor duidelijkheid zorgt, onnodige vertraging van initiatieven voorkomt en extra regeldruk beperkt. Toen Bras de gezondheidsrisico's enigszins bagatelliseerde, kwam hem dat te staan op de opmerking van Sandra Prinsen (CDA): "Ik constateer dat VW dus eigenlijk zegt, dat snelheid wordt geprefereerd boven zorgvuldigheid en duidelijkheid.”
Gea Oonk (Samen Winterswijk) had ook bedenkingen. "Te veel geschreven vanuit het perspectief dat lopende ontwikkelingen vooral door moeten kunnen gaan. Gezondheidsrisico's worden hierin niet meegenomen omdat er nog geen causaal verband zou zijn. Inmiddels toont wetenschappelijk onderzoek toch echt wel voldoende aan dat er mogelijke verbanden zijn tussen langdurige blootstelling en aandoeningen van kanker, ziekte van Parkinson en vruchtbaarheidsproblemen. Bovendien wordt er te gemakkelijk over de juridische gevolgen heengestapt, volgens Oonk.
Sandra Prinsen (CDA) duidde naast het belang van de initiatiefnemers ook nog op het algemeen belang, het belang van de volksgezondheid en het belang van de agrariërs. Hoe ga je om met de onzekerheden ten aanzien van de gezondheid? Zolang het niet vaststaat is het niet schadelijk of zijn we voorzichtig met het toevoegen van nieuwe risico's? Het belangrijkste punt dat zij naar voren bracht was de timing van het collegevoorstel. Ook bij het college is bekend dat er op 3 juli een convenant op hoofdlijnen wordt gepresenteerd, dat uiterlijk voor het nieuwe groeiseizoen definitief wordt. Zij stelde voor om het besluit over deze kwestie na die datum pas te nemen en niet op 25 juni. Naar verwachting is er dan voldoende duidelijkheid, volgens Prinsen. In zijn antwoord volstond wethouder Visser met de opmerking, dat hij de discussie ook liever eerder had gevoerd.