Muizen, muizen en nog eens muizen (en ratten)

Eerder schreef ik over de grote hoeveelheid eikels die het afgelopen najaar aan de eiken bungelden en sprak ik de verwachting uit dat het weleens een goed bosmuizenjaar zou kunnen worden. Nou, dat is uitgekomen. Bij nagenoeg elk steenuilennest ligt een voorraadje muizen te wachten op consumptie. Aangesleept door man steenuil terwijl zijn vrouw de kuikens warm houdt en voedt. Heel veel bosmuizen, maar ook veldmuizen, en rosse woelmuizen. Ook weer de nodige grote bosmuizen en - nieuwe trend! - jonge ratjes. Het verbod op het traditionele rattengif dat op 1 januari 2023 inging, blijkt zijn vruchten af te werpen nu ook oude voorraden op lijken te raken.
Voor muizeneters als steenuilen en kerkuilen, die veel op erven hun kostje bij elkaar scharrelen, is dat goed nieuws. Ze nemen maar wat graag de rol van rattenvanger op zich. Voor steenuilen zijn volwassen ratten weliswaar een maatje te groot, maar jonkies lusten ze maar wat graag. Kerkuilen kunnen een halfwas rat zonder veel moeite aan. Voor een volwassen rat is een oehoe de aangewezen jager. Jonge ratten troffen we dit jaar al op negen plekken, terwijl we in voorgaande jaren niet verder kwamen dan twee of drie. De erfbewoners waren dan ook maar wat blij met hun steenuilen.
Ook opvallend dit jaar: grote aantallen rosse woelmuizen. Ze lijken veel op een veldmuis, maar verschillen daarvan door hun vaak rossige bovenzijde en langere staart. Rosse woelmuizen hebben waarschijnlijk ook geprofiteerd van het grote aantal eikels en andere vruchten (beuken- en hazelnoten) in het najaar. Ze zijn meer aan begroeiing gebonden dan veldmuizen en komen ook op erven met bomen en struiken veelvuldig voor. Voor steenuilen zijn het prachtige prooien: een gram of twintig, niet heel schuw en ook overdag actief. Bij een nestkast met camera's in Meddo zagen we in twee dagen tijd dertien stuks aan de jongen gevoerd worden. Bijna allemaal bij daglicht, sommige zelfs midden op de dag.
De aantallen bosmuizen die we in de voorraadkast aantreffen zijn overweldigend. De teller staat inmiddels op 411 op 61 locaties. We troffen zes nesten met meer dan vijftien bosmuizen op een stapel. Het record staat vooralsnog op 23 stuks bij één nest. Sommige daarvan waren al aan hun tweede leven begonnen, dat wil zeggen, ze krioelden van de maden. Niet erg. Maden zijn bijzonder smakelijk en bevatten geen onverteerbare delen als haren en botjes. Gemaksvoedsel dus. Soort van mini-kroketjes. Als klap op de vuurpijl zijn er veel meer veldmuizen dan in andere jaren weleens het geval is. Zij profiteerden van de zachte winter en de vroege grasgroei. Een muizen- en rattenbabyboom betekent dus feest in uilenland. Ze beginnen eerder met de eileg, hebben grotere legsels en de jongen verlaten in betere conditie het nest.
Door de vroege start en de betere conditie hebben ze een grotere overlevingskans. Dat zien we het jaar daarop dan weer terug in meer bezette broedplekken. En dat allemaal dankzij een onbeduidend eikeltje.