Beekenbloome

Stellig behoren ze tot het mooiste wat de Winterswijkse wilde plantenwereld te bieden heeft, beekenbloome, sleutelbloemen, in het bijzonder de slanke sleutelbloem, Primula elatior. Het feit dat ze een Winterswijkse naam hebben, geeft al aan dat ze ook vroeger niet zeldzaam waren en door velen gekend werden. De naam beekenbloome verwijst naar de groeiplaats waar ze het meest worden aangetroffen: langs beken. Ze werden ook wel aprilbloome genoemd, naar de maand waarin ze volop bloeien. Een derde naam, slöttelbloome is afgeleid van het Nederlandse sleutelbloem. De bloeiwijze, met zijn tien tot twintig in een tros naar één zijde overhangende bloemen, doet wel denken aan een bos sleutels. De legende wil dat deze toegang geven tot de hemel. Een betekenis die de plant deelt met hemelsleutel (Hylotelephium telephium).
Of dat er ook toe leidde dat er in het verleden wel een bosje sleutelbloemen op de kist werd gelegd net als het muntstuk in de bek van de hellehond Cerberus, is mij niet bekend. Misschien dat de
gewoonte met de opkomst van het cremeren in onbruik is geraakt. Misschien speelt ook de ontkerkelijking een rol. Een snelle scan op internet laat in ieder geval zien dat sleutelbloemen niet in de top tien staan van meest gewilde bloemen bij een uitvaart.
Zijn wetenschappelijke naam Primula (eerste) dankt hij aan zijn vroege verschijning en elatior (hoger) verwijst naar zijn lange stengel waardoor hij hoger wordt dan naaste verwanten zoals de stengelloze sleutelbloem. Over familie gesproken: wereldwijd komen er meer dan vijfhonderd soorten primula's voor; daarvan maar drie in Nederland.
Behalve de slanke en de stengelloze, is dat nog de gulden sleutelbloem. In Winterswijk vinden we in wilde vorm alleen de slanke. Alle drie sleutelbloemen zijn (en worden) overigens ook veel aangeplant in tuinen en er komen diverse cultuurvormen voor die soms verwilderen en kruisen (hybridiseren) met de wilde vormen.
Landelijk is de slanke sleutelbloem beslist een vrij zeldzame verschijning die alleen in het oosten van het land, en in Brabant en Limburg in het wild voorkomt. In Winterswijk is ze minder zeldzaam en komt hij vooral langs de beken voor. De Ratumsebeek en de Willinkbeek staan erom bekend, maar ook elders, langs de Vennevertlosebeek bijvoorbeeld, bloeien ze volop. Daarnaast staan ze her en der in vochtige tot natte oude loofbossen, vaak op een lemige bodem. Het valt op dat ze langs beken vaak alleen in een smalle strook direct langs de beek staan, soms alleen op het schuine talud. Dat zal te maken hebben met hun voorkeur voor vochtige standplaatsen. Slanke sleutelbloemen zijn gevoelig voor bemesting en verdroging. Waar ze in grasland voorkomen houden ze alleen stand als er niet bemest wordt. Het is dan ook aannemelijk dat ze vroeger algemener waren dan tegenwoordig.
Langs slootkanten en beekoevers staan ze vaak in gezelschap van pinksterbloemen, dotters, bosanemonen en speenkruid. De mals uitziende bladeren werden vroeger als salade gegeten en ook voor koeien schijnt het een gezonde hap te zijn. Het sap zou, verwerkt tot een lotion, een heilzame werking hebben op sproeten. Laten we ze nu vooral koesteren om hun uiterlijk.