Kranen boven het dorp

November is gewoonlijk de maand waarin in de lucht boven Winterswijk regelmatig grote groepen kranen - kraanvogels - zijn te zien. Het betreft dieren uit Noord- en Oost-Europa die op weg zijn naar hun overwinteringsgebieden in Zuid-Frankrijk en vooral Spanje. De wind speelt een belangrijke rol of ze daarbij Nederland aandoen. Bij westenwind trekken ze meer oostelijk langs en blijven ze buiten de landsgrens, terwijl oostenwind ze meer onze kant op drijft. Langs de oostgrens maak je dan ook de meeste kans.
Het is een fascinerend gezicht zo'n groep kraanvogels over te zien trekken. Niet zelden telt een groep honderd of meer dieren. Ze zijn goed herkenbaar aan hun lang uitgestrekte nek en dito poten. Ze vliegen soms in los verband, soms in een v-achtige vorm. Bovendien zijn ze nogal luidruchtig en hun kruuKRUU-oh roep is onmiskenbaar waardoor ze ook in het donker opvallen. Ze danken er hun wetenschappelijke naam Grus grus aan. Een klanknabootsing dus, net als bij de kievit en de grutto. De Nederlandse naam laat zich lastiger verklaren. Dat er vanwege zijn lange nek een overeenkomst is met een hijskraan ligt voor de hand, maar het verband is wel andersom: hijskranen danken het ‘kraan' in hun naam aan de lange nek van de kraanvogel. Al in de middeleeuwen werd een hijswerktuig een ‘craene' genoemd. De herkomst van het woord ‘kraan' is niet bekend, maar heeft mogelijk een hoge ouderdom.
Kraanvogels kenden we tot in het vorige millennium alleen als doortrekker. In 2001 werd het eerste Nederlandse broedgeval vastgesteld in het Fochteloërveen op de grens van Friesland en Drenthe. In 2015 broedde de eerste kraanvogel in Winterswijk, in het Korenburgerveen. Inmiddels broeden daar jaarlijks meerdere paartjes en worden ze ook in het Wooldse veen regelmatig gezien. Of kraanvogels in vroeger jaren in Nederland hebben gebroed, is niet bekend. Denkbaar is het wel, gezien de eertijds uitgestrekte hoogveengebieden in het noordoosten van ons land. In dat geval zou er sprake zijn van een hervestiging. De herstelmaatregelen die de laatste jaren in diverse
hoogveenrestanten zijn uitgevoerd, hebben kraanvogels in de kaart gespeeld. Vooral vernatting is belangrijk. Ze maken hun nesten niet zoals ooievaars en reigers in bomen, maar op de grond. Dat maakt ze in droge tijden kwetsbaar voor vossen en rondstruinende wandelaars.
In de voorbije weken zijn al de eerste groepen kraanvogels waargenomen. Het is echter de vraag of de aantallen zo groot zullen zijn als in eerdere jaren. Recent heeft ook de beruchte vogelgriep - die eerder al huishield onder meeuwen, eenden en ganzen - ook bij kraanvogels toegeslagen. Uit de bekende pleisterplaatsen in Duitsland zijn al duizenden slachtoffers gemeld. Wat de impact op de populatie gaat zijn, valt nog niet precies te voorspellen. Maar desastreuze gevolgen zijn niet ondenkbaar. Misschien valt het dit najaar nog mee, maar komt de grote klap in de winter in de overwinteringsgebieden. Ze overwinteren in grote groepen met veel onderling contact. Een uitgelezen kans voor het virus om toe te slaan. Hopelijk valt het mee en gaan we niet opnieuw een verstild voorjaar tegemoet.