
Stortelderbeek. Foto: Ronald van Harxen
Stortelderbeek van Blekkinkveen naar Halteweg
AlgemeenWINTERSWIJK - We staan er niet vaak bij stil, zo gewend zijn we eraan, maar als Winterswijk bij natuurliefhebbers ergens om bekend staat, dan zijn het wel zijn prachtige, natuurlijk aandoende beken. Zoals de Stortelersbeek.
Door Ronald van Harxen
Tegenwoordig ‘ontspringt’ hij op de Duitse grens in het Blekkinkveen in het Woold. Vandaaruit loopt hij noordwaarts om bij het Kreil in Miste naar het westen af te buigen. Waar hij precies eindigt, daarover verschillen de deskundigen van mening. Sommigen laten hem net onder Bredevoort uitmonden in de Keizersbeek, maar volgens het waterschap ligt het eindpunt bij de Halteweg in Miste waar de Stuwbeek erbij komt, net voor het Buninkgoor. Beide gaan dan gezamenlijk verder onder de weinig vleiende naam Zwanebroekgraven.
Zijn naam ontleent de Stortelersbeek aan boerderij Stortelers, ook al diep verscholen in het groen en vanaf de openbare weg niet eens te zien. De naam van het erf wordt al in de late middeleeuwen genoemd. Dat geldt echter niet voor de beek. Op kadastrale kaarten uit het begin van de negentiende eeuw staat de beek niet ingetekend. Op een andere kaart uit die periode is echter wel een deel van het tracé te herkennen. Op zijn best was het in die jaren waarschijnlijk een smal stroompje dat nauwelijks van de omliggende (natte) landerijen te onderscheiden was. Met de ontginning van het Blekkinkveen in de eerste helft van de negentiende eeuw krijgt de beek iets meer allure. Toen werd hij achterwaarts verlengd om water uit het Blekkinkveen te kunnen afvoeren. Op de topografische kaart uit circa 1844 is te zien hoe de beek voorzichtig het veen in steekt en zich omhoog slingert richting het Kreil. Hoewel kaartenmakers ons anders willen doen geloven, sluit de beek net niet aan op de Dambeek, die hier als grensbeek fungeert. De verbinding van deze met de Haartse waterleiding die ‘grensbewaking’ overneemt, komt pas in de jaren vijftig van deze eeuw tot stand als de laatste naar het noordoosten doorgetrokken wordt.
De Stortelersbeek begint in het Blekkinkveen als een smalle, ondiepe en rechte geul, die langzaam in diepte en breedte toeneemt. Na 250 meter komt vanuit het westen de Zwarte Water Waterleiding water toevoegen. De naam verwijst naar het oorspronkelijk donkerbruine water dat uit het opdrogende veen stroomde. Daar waar hij bij de brug iets verderop de Blekkinkhofweg kruist op weg naar Stortelers, heeft de beek inmiddels een enkele meters diepe geul uitgesleten die voorzichtig begint te meanderen. Richting het Kreil neemt het meanderen fors toe, op enkele plekken lijkt de beek zich zelfs te vergissen en aan de terugweg te beginnen. Je kunt je bijna niet voorstellen dat de beek hier door mensenhanden gegraven is, zo natuurlijk ziet het eruit.
Net voor hij in het Kreil naar het westen afbuigt voegen zich de Kobuswaterleiding en de Damkotwaterleiding bij hem. Beide genoemd naar boerderijen in de buurt. Hoewel ze pas in de jaren vijftig van de vorige eeuw op de kaart verschijnen, lijken ze er al minstens honderd jaar te liggen. Het Kreil voorbij is het wel een beetje gedaan met het meanderen, op een klein stukje in het bos bij het fraaie boerderijtje De Bouwmeester na. In de bedding hier staat zelfs schaafstro, lid van de familie van paardenstaarten waartoe onder andere ook de bekende ‘tuin- en terrasplant’ heermoes behoort. Zijn naam ontleent schaafstro - beslist niet algemeen - aan zijn ruwe stengel die vroeger gebruikt werd om klompen en pannen te schuren. Het laatste stuk voordat de beek de Halteweg bereikt is weer nagenoeg kaarsrecht. Altijd al geweest. Desondanks een bijzonder fraai beekje, de Stortelersbeek.