Het AZC in Winterswijk. Foto: Mark Ebbers
Het AZC in Winterswijk. Foto: Mark Ebbers

Werk vaker belangrijkste inkomstenbron
statushouders

REGIO - Voor statushouders is werk steeds vaker de belangrijkste bron van inkomsten naarmate ze langer in Nederland zijn of later een verblijfsvergunning kregen. In hun eerste jaar waren bijna alle statushouders die in 2014 een vergunning kregen afhankelijk van een uitkering of ze hadden geen inkomen. In 2023 had 47% werk als belangrijkste inkomstenbron, wel nog altijd minder dan de helft. Statushouders die in de afgelopen jaren een verblijfsvergunning kregen, hadden sneller een baan dan de groep die langer geleden een vergunning ontving. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Als asielzoekers een (tijdelijke) verblijfsvergunning krijgen, heten ze statushouders. Ze worden aan een gemeente gekoppeld en wachten in een asielzoekerscentrum (azc) tot er een woning beschikbaar is.
Sinds 2017 onderzoekt het CBS elk jaar, in opdracht van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Asiel en Migratie, hoe het asielzoekers vergaat die vanaf 2014 naar Nederland kwamen. Hier worden de ontwikkelingen beschreven tot en met de eerste helft van 2024.

Van 2014 tot en met juni 2024 kregen ruim 280.000 duizend asielzoekers een verblijfsvergunning asiel. De meeste statushouders kwamen uit Syriƫ (157.000), gevolgd door Eritrea (37.000). Andere statushouders kwamen onder andere uit Turkije, Afghanistan en Jemen.
Een jaar nadat ze hun verblijfsvergunning kregen, waren statushouders tussen 18 en 65 jaar grotendeels afhankelijk van een uitkering. Voor statushouders die in 2014 een vergunning kregen was dit 85%. Na verloop van tijd gingen steeds meer statushouders werken en werden ze minder afhankelijk van een uitkering. Na zeven jaar was werk de belangrijkste bron van inkomen voor statushouders die in 2014, 2015 of 2016 een verblijfsvergunning hadden kregen. In 2023, negen jaar nadat ze hun verblijfsvergunning kregen, had 47% van de statushouders uit 2014 werk als belangrijkste inkomstenbron, voor de 2015- en 2016-groep lag dit dus hoger. De daling van uitkering en stijging van werk als belangrijkste inkomstenbron als statushouders langer in Nederland wonen, is te zien bij alle vergunningsjaren.

Statushouders die de laatste jaren een verblijfsvergunning kregen, waren gemiddeld wel sneller aan het werk dan de groep die langer geleden een vergunning ontving. Van de statushouders die in 2020 een vergunning kregen, had 31% in 2023 een baan. Van de groep statushouders die in 2016 een vergunning kregen had drie jaar later 27% een baan. Van de statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, had 19% drie jaar later betaald werk.

Statushouders voor wie werk nog niet de belangrijkste bron van inkomsten is, kunnen toch een baan hebben. Dat geldt bijvoorbeeld voor studerende statushouders die een bijbaan hebben.