Natalya Staring, onderzoeker bij het Ecal; “Veel mensen zijn nieuwsgierig naar hun achtergrond, wie hun voorouders waren.” Foto: Roel Kleinpenning
Natalya Staring, onderzoeker bij het Ecal; “Veel mensen zijn nieuwsgierig naar hun achtergrond, wie hun voorouders waren.” Foto: Roel Kleinpenning

Migratie is van alle tijden

DOETINCHEM – Plat praoten, bier, Normaal, groene vlag, dat associeer je met de Achterhoek. 'Ik ben een echte Achterhoeker', zeggen sommigen. Maar wat is dat? Is die stevig geworteld in de regio of zijn er ook invloeden van buitenaf? De expo 'Mijn Achtergrond' geeft hierop antwoord en laat zien dat migratie van alle tijden is. 

Door Henk Waninge

Wie nu dacht dat Achterhoekers rechtstreekse afstammelingen zijn van Wittekind (743-807), leider van de Saksen, heeft het mis. Door de eeuwen zijn er diverse migratiegolven geweest, het was een komen en gaan van mensen. Aan het Nedersaksische bloed zijn diverse andere bloedgroepen toegevoegd waardoor de achtergrond van Achterhoekers zeer divers is.

Een mooi voorbeeld is Ulft. Het dorp werd gesticht door migranten. Soldaten/huurlingen van graaf Willem van den Bergh, Duitsers, Vlamingen en Limburgers, kregen als een soort pensioen een stukje grond bij het kasteel en zorgden daarmee voor de stichting van Ulft.

Een ander voorbeeld: Borculo. Het stadje (en het naburige Neede) was een van de eerste plaatsen in het oosten van het land waar joden zich in de zeventiende eeuw vestigden. Maar in Borculo kwamen ook veel Hugenoten, protestanten, die het katholieke Frankrijk in de zeventiende en achttiende eeuw ontvluchten. Zo heeft elke plaats zijn eigen geschiedenis, die gekleurd is door immigranten en emigranten. Maar liefst 98 procent van de Nederlanders heeft een migratie-achtergrond, dus is het aannemelijk dat de Achterhoek zeer veel 'import' heeft.

Achtergrond
inwoners
Achterhoek
zeer divers


Dat concludeert het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (Ecal), dat onderzoek heeft gedaan naar de migratie tussen 1580 en 1940. Gekozen is voor deze periode omdat aan het einde van de zestiende eeuw de eerste grote migratiegolf op gang kwam terwijl na 1940 archiefonderzoek beperkt mogelijk is vanwege de privacywetgeving.

Het Ecal is op zoek gegaan naar archiefstukken en verhalen over mensen die naar deze regio kwamen of juist hieruit vertrokken. Het resultaat verschijnt in een boek dat dit jaar van de persen rolt. In aanloop hiernaar toe zijn er diverse projecten op stapel gezet zoals vlogs, workshops, lezingen, de documentaire Nomand's land, de samen met Omroep Gelderland gemaakte podcast Echte Achterhoekers bestaan (niet) en deze reizende expositie.

Strijdtoneel
De tentoonstelling is opgebouwd rond vier thema's: verwoesting en ontvolking in de Tachtigjarige Oorlog, Terborg en Suriname in de achttiende en negentiende eeuw, Amerika, het beloofde land (negentiende eeuw) en grensverkeer en oorlogsvluchtelingen.

Om met het eerste thema te beginnen, het is nu goed toeven in de Achterhoek, maar dat was bepaald niet rond 1580, het was een vreselijke plek om te wonen. Natalya Staring (27), een van de onderzoekers van het Ecal: “Een groot deel van de strijd tussen de Staatsen en Spanjaarden wordt hier uitgevochten. Plundering, verkrachting en moord en doodslag door rondtrekkende troepen zijn aan de orde van de dag. De bewoners vluchten naar Duitsland of andere delen van de Republiek, de regio raakt ontvolkt. Het platteland wordt een soort niemandsland. Aan het eind van de zestiende eeuw komen de eerste vluchtelingen terug en tijdens het Twaalfjarige Bestand wordt het relatief rustig in de regio.”
Om te vervolgen: “Het was lastig om informatie over deze periode te krijgen. Er is weinig bewaard gebleven, papier was duur, weinig mensen konden schrijven en dat gebeurde in een oud schrift dat overigens wel leesbaar was voor ons. De bronnen die we hebben geraadpleegd, zijn afkomstig van rentmeesters, geestelijken en edelen, zoals Maria van Nassau, echtgenote van Willem van den Bergh. In een brief aan de stadhouder van Gelre schrijft ze hoe slecht de mensen het in deze regio hebben. Ze worden vervolgd, gemarteld en onthoofd.” Daar komt de pest ook nog eens overheen.

Terborg
Het tweede thema is, als we de chronologie aanhouden, de bijzondere relatie tussen Terborg en Suriname. Deze ontstaat door het huwelijk in 1754 van Coenraad Bögel, zoon van de burgemeester van Terborg, met een rijke Surinaamse die door het overlijden van haar ouders in het bezit is gekomen van diverse plantages en een groot aantal tot slaaf gemaakten. Broer Carel volgt diens voorbeeld en trouwt met het nichtje van de Surinaamse gouverneur. De migratie van de broers zet een scala van migratiebewegingen in gang die de geschiedenis van Terborg en Suriname op een bijzondere manier met elkaar verweeft. Want aangetrokken door hun succes wagen meer Terborgers de oversteek. Velen blijven weg, sommigen komen (soms tijdelijk) terug met hun echtgenoten, kinderen, tantes, halfzussen, kennissen en papegaaien. De aankomst van zo'n tropisch gezelschap op het station van Terborg moet in de negentiende eeuw een ware bezienswaardigheid zijn geweest.

Dan de emigratie naar Amerika, in de negentiende eeuw het beloofde land. Staring: “Een groot aantal Achterhoekers maakt de oversteek. In veel gevallen spelen economische redenen een rol, mensen willen een beter bestaan. Er is veel armoede, werkloosheid en honger. Zo mislukt in de jaren 1845 en 1846 de aardappeloogst. Anderen vertrekken omdat ze vanwege hun geloof gediscrimineerd worden en zodoende te lijden hebben onder de economische malaise.”

Zo'n vijfduizend Achterhoekers zijn in het midden van de negentiende eeuw naar Amerika gegaan, opvallend veel inwoners uit Aalten en Winterswijk, vanuit de laatste gemeente zelfs één op de tien. De emigratie verloopt met horten en stoten. Zo heeft het vergaan van de Phoenix - een schip met veel Achterhoekers aan boord op Lake Michican in 1847 – veel impact. Als na een paar maanden brieven binnenkomen over deze tragedie schrikt dat mensen af om te emigreren. Datzelfde geldt voor de Amerikaanse Burgeroorlog (1862-1865). Maar na die oorlog komt de emigratie weer op gang, zeker ook omdat de overtocht sneller en goedkoper wordt. Over het algemeen komen er maar weinig mensen terug.

Natalya Staring: “De grootschalige emigratie biedt ook kansen voor de achterblijvers. Prijzen van grond en huisraad dalen. Stel je een boerengezin met vijf zoons voor. Als er vier weggaan, blijft er veel land over voor de zoon, die het bedrijf van zijn vader voortzet.”

Het laatste thema grensverkeer en oorlogsvluchtelingen is van recentere datum, de tijd van onze grootouders en overgrootouders. Aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw krijgen Achterhoekers veel te maken met migratie. Veel mensen gaan in Duitsland (Roergebied) werken, de lonen zijn hoger, de werkomstandigheden beter. Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog keren velen weer terug. Daarnaast komen er veel vluchtelingen naar deze streek, zoals Belgische families en Joden, zeker na de Kristallnacht in november 1938.

Voorouders
Staring: “Veel mensen, zo is ons gebleken, zijn nieuwsgierig naar hun achtergrond, stamboom, wie hun voorouders waren. Als je weet te achterhalen wie je acht overgrootouders zijn ben je al een heel eind. Terug tot 1811, toen Napoleon de burgerlijke stand in Nederland invoerde, zal in veel gevallen wel lukken. Daarvoor wordt het moeilijk want toen waren er alleen familienamen, geen achternamen. Maar via allerlei akten (geboorte, trouw, en overlijden) en andere geschriften, kun je toch een eind komen. Hoe het ook zij, de kans dat er iemand tussen zit die uit het buitenland komt is zeer groot.”

KADER 1:
Expositie Mijn Achtergrond is te zien bij:
* Oudheidkundig Lichtenvoorde, maandag 7 april 19.00 - 20.30 uur, dinsdag 15 april 13.30 - 15.30 uur.
* Oudheidkundige Vereniging Salehem in Zelhem, van dinsdag 22 april tot en met donderdag 22 mei van dinsdag tot en met zondag 13.30 – 17.00 uur in Museum Smedekinck
* Molen van Huis Bergh in ’s-Heerenberg, van maandag 26 mei tot en met eind juni.
* DRU Ulft, van maandag 14 juli tot en met zondag 31 augustus.
* Bibliotheek Aalten, oktober.

KADER 2: Uittocht Neede
Maar liefst 68 personen uit Neede vertrekken tussen 1871 en 1874 naar Noord-Amerika. De oogsten zijn slecht in die jaren vanwege overstromingen en hagelbuien. Van oudsher wordt in Neede veel aan huisnijverheid gedaan, zoals het weven van linnen. Fabrieken nemen dat werk over. Die zijn er amper in Neede, in tegenstelling tot Winterswijk waar er meerdere zijn. Dat resulteert in grote armoede in Neede.

Huifkar met familie onderweg. Foto: Rijksmuseum