Verwondering

Het was wel erg warm voor 9 maart, maar de hommels en de vlinders hadden zich blijkbaar voorbereid, want het zoemde en fladderde rondom de volop bloeiende witte hei. Ze waren niet de enige. Ook andere insecten hadden zich meteen opgericht om direct hun ‘terrasje te pakken’.

Met verwondering ging ik even op het gras zitten om het nijvere zoemende volkje te bekijken.

Onvoorbereid en meteen op volle sterkte in bedrijf. Hoe werkt dat eigenlijk zo snel?

Ja natuurlijk, er klopt iets niet met die uitzonderlijke temperatuur, dat weten we nu bijna allemaal wel. Het is ook zorgelijk, zoals dat tegenwoordig heet.

Een probaat middel om zorgwekkende situaties tijdelijk te doorstaan, is de verwondering.

Verwondering in combinatie met fantasie kan zelfs leiden tot het gevoel dat vrijkomt bij ‘ontzorgen’. Een werkwoord dat nog niet zo lang op zijn bestaan kan pochen. Tot voor kort heette dat genieten.

Of het bordje er nog steeds staat, weet ik niet. In een buurtschap las ik langs de weg: ‘Pas op voor onze jongens’. Met mijn kromme gedachtegang was ik meteen op mijn hoede. Een stukje terug had ik namelijk het bordje ‘wacht u voor de hond’ gelezen. Wachten in de zin van oppassen, wordt voornamelijk in deze context gebruikt. Als wandelaar of fietser kijk je dan toch al gauw wat schichtig om je heen, want je kent de leeftijd niet van die gevaarlijke kinderen. Gaat het om een kleuter die half op straat staat met ‘halt politie’ terwijl hij me een stopbordje voorhoudt, of moet ik vrezen voor een cobra onder mijn voorwiel van een jongen voor wie ik zo’n 10 jaar geleden nog extra langzaam reed in de wijk, uit voorzorg tegen een platgeslagen toekomst. Een voorbeeld van verwondering gecombineerd met fantasie. Het rukt je even uit de realiteit, wel prettig, vind ik.

Op gevaar voor eigen leven ben ik toch maar doorgefietst, uitkijkend naar een leuk gesprek met die kordate kleuter. Een gesprek met de cobra-gooier zou wat moeilijker worden. Het waarschuwingsbord bleef een kwartier lang in mijn hoofd zitten. Ik realiseerde met dat ineens: warempel, ik was even ‘ontzorgd’!

Maar pas op: verwondering in combinatie met realiteit heeft een droevig makend effect.

In de gemeenteraad zag ik tot mijn grote verwondering in een motie weer ongestraft het argument ‘goed voor de werkgelegenheid' voorbijkomen. Je begrijpt het pas als je het snapt, zou Johan Cruijff gezegd hebben. Niet dus!

Winterswijk, dat moet gezegd, is een sociale gemeente. Maar om nu werkgelegenheid te verschaffen aan niet bestaande inwoners, lijkt mij een beetje te ver gaan. Want na de verwondering komt de realiteit: er worden werknemers ingevlogen, die we moeten gaan huisvesten in een tijd van woningkrapte en gebrek aan ruimte voor woningen. Werknemers, die vaak een culturele koude douche ondergaan, wat soms tot problemen kan leiden. Werknemers, die niets hebben om op terug te vallen als hun baan wegvalt en in armoede ontheemd achterblijven. Gelukkig hebben we een sociale gemeente en het is natuurlijk wel goed voor de bedrijvigheid en dus voor de werkgelegenheid …….. ….…….

Hè, goed voor de werkgelegenheid? Ben ik nu bezig mezelf te hersenspoelen?