
Mark Hessels noteert de gegevens van de torenvalkkuikens in het veld.
Jos BettingHoe gaat het met de torenvalk?
REGIO - Vogelwerkgroep Zuidoost-Achterhoek volgt de torenvalk op de voet. Dat doen zij niet alleen omdat ze het een fascinerende vogel vinden, maar vooral omdat het niet zo goed gaat met deze roofvogel. Sterker nog, de torenvalk staat op de rode lijst van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Dat betekent dat deze roofvogel dusdanig wordt bedreigd dat hij uit het Nederlandse landschap dreigt te verdwijnen. Daarom is 2025 uitgeroepen tot het Jaar van de Torenvalk.
Door Dinès Quist
De reden dat de torenvalk het moeilijk heeft ligt aan tal van factoren. Grootste boosdoeners zijn: de monocultuur en het veranderende landschap. De torenvalk dank zijn naam aan zijn favoriete broedplaats, namelijk de toren. Helaas zijn de meeste (kerk) torens afgesloten met gaas om vogelpoep tegen te gaan. Het goede nieuws is dat de torenvalken het in de Achterhoek net iets beter doen dan in de meeste regio’s van Nederland. Dat is te danken aan de kleinschalige landschapsstructuur van de Achterhoek. Torenvalken houden van open vlaktes, zodat ze goed zicht hebben op hun prooidieren. Minder goed nieuws is dat de roofvogel zelfs hier in aantal achteruit lijkt te gaan.
Waar zit de pijn?
Vogelwerkgroep Zuidoost-Achterhoek doet er alles aan om de torenvalken in de regio te behouden en dat begint met gedegen onderzoek. Mark Hessels is sinds negen jaar actief voor de werkgroep maar doet al langere tijd natuuronderzoek in binnen- en buitenland. Hij legt uit waarom. “We proberen in kaart te brengen waar de grootste pijn zit bij de torenvalken. Is dat door bijvoorbeeld: slecht bevruchte eieren? Te weinig voeding voor de jongen? Of is er te weinig nestcapaciteit? Als we weten in welke fase het mis gaat, proberen we de oorzaken te achterhalen en kunnen we gericht actie ondernemen om de leefomgeving aan te passen.”
Negentig broedkasten
De werkgroep heeft zijn werkgebied in de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre, goed voor zo’n 300 vierkante kilometer. In dit gebied hangen ruim negentig torenvalken-broedkasten, veelal in weides en op boerenerven. Samen met een team van vijf vogelliefhebbers gaat Mark vanaf half april tot half juli langs alle negentig nestkasten in de regio om te monitoren hoe het broedproces verloopt, vanaf het ei tot aan het uitvliegen van de jongen. “In sommige nestkasten hebben we camera’s hangen, zodat we op de voet kunnen volgen hoe de jongen en hun ouders het doen. Bij de andere kasten gaan we zo’n vier keer per broedseizoen langs en brengen we in kaart hoe het proces verloopt. Deze gegevens verzamelen we niet alleen voor onszelf, maar het is ook waardevolle informatie voor de Nederlandse databases.”
Consultatiebureau
Wanneer de jongen uit het ei gekomen zijn, gaat een deel van het vijfkoppige vogelteam erheen. “Eén van ons klimt de vijf meter hoge ladder op en haalt de jongen uit de kast. Op het erf hebben we een soort ‘vogel-consultatiebureautje’ klaargezet. Daar bekijken we de conditie van het jong, het gewicht, de leeftijd en ringen we het kuiken. De unieke code die op de ring staat is gekoppeld aan de informatie over deze vogel, die wordt opgeslagen in de database. Als iemand de vogel vindt dan hopen we dat zij daar melding van doen. Zo krijgen we inzicht waar de vogel gevonden is, hoe oud deze is geworden en dergelijke.”
Muizen op het menu
Op Mark zijn erf, in het buitengebied van het Winterswijkse Woold, is het een walhalla voor vogels. Speciaal voor de vogels heeft hij een hooimijt gebouwd. Daarin huist al jaren een kerkuilenpaar. Hoog boven de mijt hangt een torenvalkkast. "Deze kast hangt er nu vier jaar, maar er heeft nog nooit een torenvalkenpaartje in genesteld. Wel andere vogelpaartjes. Torenvalken hebben zo hun specifieke wensen. Ze willen dicht bij een open veld nestelen, waar ze makkelijk prooidieren kunnen vangen. Torenvalken lusten wel een kikker, mus of dikke kever maar voor meer dan 90 procent staan er muizen op het menu. Een torenvalknest heeft een kleine 1000 muizen per broedseizoen nodig. Als de jongen uit het ei komen, zitten ze nog een maand in het nest voordat ze uitvliegen. Eén jong eet zo'n vier muizen per dag en in een nest zitten gemiddeld vijf kuikens, er zijn dus veel muizen nodig. Maar daar zijn er steeds minder van. Door het alsmaar verder in beslagnemen van ruimte door woningbouw, industrie en recreatie en door de monocultuur en gifgebruik tegen ‘ongedierte' is er steeds minder ruimte voor prooidiertjes. Een jonge torenvalk moet al van goede huize komen om zijn eerste jaar te overleven. Als de omstandigheden nog ongunstiger worden, overleven er niet genoeg om de soort in stand te houden.”
Beste ongediertebestrijders
In de rondgang langs de nestkasten op de erven en in de weides, adviseert de vogelwerkgroep de grondeigenaren. Werkgroeplid Ab Kreunen vertelt: “Simpele aanpassingen hebben vaak een groot effect. Hoopjes snoeihout en blad laten liggen bijvoorbeeld, zodat prooidieren daarin kunnen schuilen. Gifdoosjes op het erf zijn uit den boze, muizen eten ervan en vervolgens geeft de torenvalk het muisje aan zijn kuiken. Dus bied de prooidieren plek om te schuilen en geef de torenvalk de ruimte. De beste ongediertebestrijder is namelijk de torenvalk zelf.”
Wil je ook een nestkast ophangen? Neem dan contact op met de werkgroep voor de beste aanpak. Kijk voor meer informatie over Vogelwerkgroep Zuidoost-Achterhoek op wgzoa.nl. Melding maken van een geringde vogel kan via: vogeltrekstation.nl/pages/terugmeldformulier.




