
Winterswijk, land van beken
NatuurWINTERSWIJK - We staan er niet vaak bij stil, zo gewend zijn we eraan, maar als Winterswijk bij natuurliefhebbers ergens om bekend staat, dan zijn het wel zijn prachtige, natuurlijk aandoende beken. Onder andere de Ratumse beek en de Boven Slinge genieten landelijk grote faam.
Door Ronald van Harxen
Dat er zoveel beken zijn heeft zijn oorsprong in de geologische hoedanigheid met veel ondiepe keileem en prehistorische klei niet ver onder het maaiveld en grootschalige (bos)ontginningen in de vroege middeleeuwen. Regenwater kon daardoor niet diep wegzijgen in de bodem en het kappen van (oer) bos zorgde voor minder verdamping en dus vernatting. Het water zocht zijn uitweg, vanaf de middeleeuwen geholpen door de mens. Aanvankelijk grillig en onvoorspelbaar.
Ten tijde van de ontginningen die vanaf het midden van negentiende op grote schaal plaatsvonden en zeker na de ruilverkavelingen en de vele ‘beeknormalisaties’ in jaren 60 en 70, verloren veel beken hun meanderende karakter en veranderden in strakke afwateringskanalen, met name ten westen van het dorp. In het oosten (en zuiden) heeft een aantal beken hun oorspronkelijke, meanderende karakter min of meer behouden.
Meanderen heeft grote gevolgen voor de dynamiek in de beek. In binnenbochten is de stroomsnelheid hoog. Het water neemt daardoor zand uit de oever mee en legt dat weer neer in de buitenbochten waar de stroomsnelheid lager is. Een buitenbocht wordt daardoor ruimer terwijl een binnenbocht juist aangroeit. Heel goed is dat te zien na een periode met flinke regenval als het water hoog staat en met flinke snelheid afgevoerd wordt. In buitenbochten leidt dat er soms toe dat op de oever staande bomen ontworteld raken en voorover in de beek vallen. In binnenbochten ontstaan dan heuse zandstrandjes die de eerste tijd verstoken blijven van begroeiing maar daarna een geschikte kiemingsbodem vormen voor allerlei pionierplanten. Zolang een meanderende beek zich vrij kan bewegen, zal hij voortdurend zijn loop iets verleggen. Soms worden daarbij bochten afgesneden, waardoor zogeheten dode beekarmen ontstaan. Tegenwoordig staan deze vaak droog, maar in periodes met hevige regenval vullen ze zich soms met water waardoor het bos een grote kronkelende beek lijkt.
Er zijn drie hoofdbeeksystemen te onderscheiden: dat van de Groenlose Slinge, de Boven Slinge en de Schaarsbeek. Beken als de Ratumse beek en de Willinkbeek wateren af op de Groenlose Slinge en onder andere de Wooldse beek en de Oossinkbeek (Kottense beek) leiden hun water naar de Boven Slinge. De Schaarsbeek staat op zich, ontspringt in het Korenburgerveen, loopt door het Grote Goor bij Corle en gaat na Bredevoort verder als de Keizersbeek richting Aalten en Gendringen.
Alle beken stromen westwaarts, van het hooggelegen Winterswijk plateau af richting de lager gelegen gronden in Oost Gelre en Aalten en verder. De Groenlose Slinge houdt een meer noordwestelijke koers aan, de Boven Slinge een meer zuidwestelijke, beide om Winterswijk heen. Dat dat laatste niet altijd het geval is geweest, gaan we in een latere aflevering zien.
In deze nieuwe serie over de Winterswijkse beken komen ze de komende maanden een voor een aan bod, van de Vennevertlose beek in het noorden tot de Dambeek in het zuiden. We volgen ze vanaf hun oorsprong, bespreken de veranderingen in de tijd en besteden aandacht aan de vele karakteristieke planten en dieren die ze tot zulke bijzondere ecosystemen maken. We beginnen – hoe kan het ook anders – met de Whemerbeek, de beek die door het dorp loopt en zo bepalend is geweest voor de ontwikkeling van Winterswijk.