Een beetje lid verslapt niet...

Voor anderstaligen is Nederlands een moeilijke taal om te leren. Er zijn veel verschillende klanken en vele regels, waarvan er ook nog eens een heleboel overbodig zijn. Neem ‘onze’ drie lidwoorden ‘de’, ‘het’ en ‘een’. Voor de lidwoorden ‘de’ en ‘het’ zijn geen duidelijke regels. Zo zijn er geen regels of het nou ‘het konijn’ of ‘de konijn’ is, een konijn blijft een konijn. Lastig om te leren, die lidwoorden, maar extra informatie geven ze niet.

Het Nederlands is in de afgelopen jaren steeds meer onder invloed geweest van andere talen. Daardoor is een taal altijd onderhevig aan verandering. Vroeger hadden we zelfs meerdere lidwoorden, maar niemand zegt meer ‘ik aai den hond’, wat voorheen correct was. Volgens taalwetenschappers zal daarom ook het lidwoord ‘het’ verdwijnen en gebruiken we te zijner tijd overal ‘de konijn’.

Gelukkig – volgens dezelfde taalwetenschappers – duurt het nog wel even voordat we het over ‘de konijn’ hebben. Dat betekent wel dat we dus nog regelmatig de fout ingaan, in elk geval iedereen die moeite heeft met lidwoorden.

De vraag is of met het verdwijnen van lidwoorden onze taal makkelijker wordt, want ik vind dat er wel degelijk een verschil in betekenis zit tussen ‘het konijn’ en ‘een konijn’. ‘De konijn’ laat ik dan gemakshalve maar even achterwege.

Er is een verschil tussen ‘het’ en ‘een’, namelijk dat het bij ‘het konijn’ duidelijk is om welk konijn het gaat en bij ‘een konijn’ gaat het om een konijn in het algemeen.

En dan hebben we ook nog het gezegde ‘bij de konijnen af’. Daar bestaan meerdere betekenissen voor, maar de betekenis die het meest bekend is – en het meest gebezigd wordt – is dat iemand er een groot gezin, met veel kinderen op na houdt. Konijnen staan er namelijk om bekend dat ze zich bijzonder snel voortplanten. Of dat nou ‘de konijn’ is of ‘het konijn’: een beetje lid(woord) verslapt niet...