Patrick Suselbeek in zijn Opel GT-museum in Keijenborg. Foto’s: Luuk Stam
Patrick Suselbeek in zijn Opel GT-museum in Keijenborg. Foto’s: Luuk Stam

Als het hart klopt voor de Opel GT: ‘Je wil het gehele plaatje ervaren'

KEIJENBORG - De Opel GT Factory van Patrick Suselbeek uit Velswijk bestaat 35 jaar. Sinds acht jaar is zijn onderneming met bijbehorend museum gevestigd in Keijenborg, waar zaterdag tijdens de jaarlijkse open dag weer honderden liefhebbers uit binnen- en buitenland naartoe zullen komen.

Door Luuk Stam

Ze blinken in de grote hal, maar als Patrick Suselbeek (57) tijdens het maken van de foto’s voor bij dit artikel even heel dichtbij een aantal van zijn geliefde auto’s komt, weet hij hier en daar toch nog een klein laagje stof te ontdekken. “Ik moet echt nog een rondje schoonmaken”, aldus de eigenaar van de Opel GT Factory in Keijenborg, die komende zaterdag (5 oktober) weer honderden bezoekers verwacht, uit alle windstreken, van Duitsland tot Frankrijk. “En de laatste jaren weten ook de Denen de weg hiernaartoe te vinden, die komen nu weer, met meerdere auto’s. Onze open dag is uitgegroeid tot een soort internationale ontmoeting, daar zijn we wel heel trots op.”

‘Die man had
er vijf, ik zeg: je
kunt er toch
wel eentje aan
mij verkopen?
Maar nee’

Toch zijn ook de Keijenborgers en belangstellenden uit de omgeving zaterdag (10.00 uur tot 16.00 uur) meer dan welkom, zo benadrukt Suselbeek. Maar al te graag deelt de Velswijkse vijftiger zijn passie voor de Opel GT, de auto waaraan hij al sinds jaar en dag is verknocht. Zijn verzameling is sinds 2016 ondergebracht in een heus museum in het voormalige Seezo-pand in de Sint Janstraat in Keijenborg, tevens de thuisbasis van de webshop Opel GT Parts, het deel van de uit de hand gelopen hobby waarmee Suselbeek en zijn vrouw Monique (57) hun boterham verdienen. Ook het onderdelenmagazijn is zaterdag geopend voor publiek.

Open concept
Het is die combinatie die deze open dag extra bijzonder maakt. Zo was het voor Suselbeek al toen hij als twintiger zijn allereerste Opel GT bemachtigde. Of beter gezegd: zo had hij graag gewild dat het was. “Want ik dook heel enthousiast die wereld in, maar ik kwam keer op keer van een koude kermis thuis”, blikt hij terug. “Als je bij een onderdelenpunt kwam, liep zo’n man daar steeds het magazijn of de kelder in, terwijl jij aan een balie stond te wachten. Ik mocht nooit de onderdelen bekijken, maar dat is juist een heel stuk van de hobby! Ik dacht: als ik zelf ooit zoiets ga doen, dan wordt het een open concept.” 

Als zoon van een garagehouder groeide Suselbeek op met auto’s. De Opel GT sprong hem al vroeg in het oog. Hij was onder de indruk van het tijdloze design van het model dat destijds voor de Duitse autofabrikant ‘een buitenbeentje’ was. “Opel was degelijk, dat zij met een sportauto kwamen, dat was uniek”, stelt Suselbeek, die nog altijd verzot is op in zijn ogen de mooiste auto die er bestaat. “Als je zo gepassioneerd raakt, dan ontstaat er een zoektocht naar die auto’s, een jacht naar onderdelen, voor je het weet is het je grootste hobby.”

GT-virus
Waar hij nu tientallen Opel GT’s in zijn bezit heeft, had het verkrijgen van die allereerste heel wat voeten in de aarde. “Die auto’s waren niet te vinden. En als je ze vond, dan wilden de eigenaren er niet vanaf. Soms hadden mensen er wel vijf. Dan zei ik tegen zo’n man: ‘Je kunt mij er toch wel eentje verkopen? De slechtste dan?’ Maar nee, dat ging niet gebeuren. Bij elke auto hadden ze wel wat. Later kom je erachter dat het een soort virus is, het GT-virus. Je plakt overal voor jezelf een sticker op. Zo van: die kan ik niet verkopen, want daar zijn er maar zó weinig van gemaakt. En die ook niet, want die heeft maar héél weinig kilometers gelopen.”

Zo heeft Suselbeek nu zelf drie oranje GT’s. “Maar ik kan er geen één missen! De één is mijn allereerste. De ander heb ik ooit aan mijn zoon beloofd. De derde is van de drukker van het GT-blad én er zit airco in, die wil ik ook niet kwijt. Dat is het bizarre van dat verzamelen. Zo’n collectie raakt ook nooit compleet. Ergens moet je oppassen dat het niet obsessief wordt, dat je een bepaalde auto koste wat het kost wil kopen, dat is niet gezond. Ik heb die tijden wel gehad, tegenwoordig kan ik dat bij mezelf wat beter beteugelen.”

Fuseekogels 
Jarenlang importeerde hij samen met zijn vader Opel GT’s vanuit Amerika, die ze verkochten vanuit Velswijk. Daaruit vloeide de handel in onderdelen voort. “Want om die auto’s APK-klaar te maken, kwamen we zelf al heel snel onderdelen tekort”, blikt Suselbeek terug. “Bijvoorbeeld fuseekogels, die in de draagarmen zitten. Die hebben we toen als eerste laten maken. Dat ging rond, daarna kwam er steeds meer vraag naar andere onderdelen. ‘Hebben jullie dan ook dit? Hebben jullie dan ook dat?’ Zo rolde ik die wereld binnen.”

In de loop der jaren ontwikkelde zich op die manier een complete lijn in reproductieonderdelen. “Alles wat er niet meer was, is opgepikt”, vertelt Suselbeek. “Veel komt uit Azië, maar ook een deel uit Engeland, in België laten we spullen maken. En Besselink de smid hier op de hoek maakt onder meer de autodrempels. Dan zeg ik weleens van: ‘Heb je de drempels al klaar? Ik moet er nog twee naar Japan sturen.’ Bij de smederij moeten ze dan altijd lachen, maar het is echt waar, die Opel GT-liefhebbers zitten overal.”

Museum
De wens om de enorme verzameling onder te brengen in een museum en daarmee een plek voor de pure liefhebber te creëren, was langgekoesterd. “Want er was niks, zelfs bij de Opel-fabriek in Rüsselsheim kon je amper een Opel GT zien”, zegt de verzamelaar, die met zijn vrouw eerder al de voormalige Aviko-fabriek in Hoog-Keppel aankocht. Dat pand brandde af, Suselbeek noemt het een zwarte bladzijde in zijn leven. Na vele jaren gaf hij de moed op, de museumdroom leek voorbij. Totdat zijn vrouw het huidige pand op Funda vond, in Keijenborg: “Ik dacht: daar past het nooit in. Maar ik wist niet dat er hier zo’n hal achter zat.”

‘Aan elke
auto kleeft een
verhaal, zo heb
ik drie oranje
GT’s, ik kan er
niet één
missen’

Die grote hal staat nu helemaal vol met auto’s. Zoals elke ruimte hier Opel GT ademt. Het is één groot walhalla voor iedereen die gek is van dit klassieke type sportwagen. Suselbeek: “Mensen die zo’n auto hebben, willen ook meer van deze auto’s zien, de onderdelen zien, andere mensen ontmoeten die ook zo’n auto hebben, verhalen delen. Als liefhebber wil je het gehele plaatje ervaren. Dat is nergens anders te vinden, alleen hier. Dat zorgt bij zo’n open dag voor een heel bijzondere sfeer. Het geeft veel stress vooraf, de organisatie brengt heel wat werk met zich mee, maar uiteindelijk is het iedere keer weer een prachtig mooie dag.” 

De Opel GT Factory is sinds 2016 gevestigd in het voormalige Seezo-pand in de Keijenborgse Sint Janstraat.
Alles in dit pand ademt Opel GT, van de hal vol auto’s tot vitrines met schaalmodellen en stellingen vol onderdelen.