Irene van der Aart. Foto: PR
Irene van der Aart. Foto: PR

‘Ik ben een nomade tussen Amsterdam en de Achterhoek'

ACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In deze aflevering cabaretière, actrice en schrijfster Irene van der Aart (56) die in Westendorp woont.

Door André Valkeman

1) Mijn mentale bui is:
"Goed. Ik heb in de ochtend getennist en heb gewerkt aan Ode aan de Vrijheid. Ik mag een lied voor de Viering van 80 jaar bevrijding voor de regio schrijven en componeren. Vanavond gaan we nog eten bij vrienden in Eefde. Een druk maar rijk leven.’’

2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Mijn ouders zijn allebei overleden. Ik ben alweer vier jaar wees.

In uiterlijk lijk ik toch het meest op mijn vader. De heel erge blauwe ogen en heel iets van die hamsterwangen. De expressie in mijn gezicht is mijn moeder.

In karakter ben ik een mix. Mijn gevoel voor humor is mijn vader. Het kritisch denken, dat out-of-the-box-achtige. Makkelijk kunnen leren ook, mijn taligheid.

Mijn moeder is de filosofische liefde in mij, het overdenken, de melancholiek.’’

3) Dit is mijn grootste angst:
“Dat is een leven lang al de dood. Als kind al, dan vroeg ik mijn ouders waarom ze niet eerder verteld hadden dat het leven niet eeuwig was, maar ook ziekte, dood en ongeluk kende. Ik vond het als kind een bespottelijk idee dat je kinderen wilde als je wist dat je ze ook met de dood opzadelt. Nog steeds wel een beetje eigenlijk.’’

4) Na de dood is er:
“Doodeng, walgelijk, naar. Maar niets. Helemaal niets.’’

5) Ik kan buiten de 
Achterhoek wonen:
“Ik weet inmiddels niet zo goed waar ik thuishoor. Ik ben een nomade geworden en zou zo weg kunnen. Maar dat wil ik niet.

Ik groeide op in Haarlem. Ik woon in de Achterhoek maar heb nog mijn kamer in Amsterdam aangehouden. Ik pendel tussen werelden.

Ooit werd ik verliefd op een boer uit Westendorp. Ik was helemaal niet op zoek naar een boer. Ik viel op muzikanten met bindingsangst. Op vakantie sprak ik die leuke veehouder.

Het buiten wonen vind ik heerlijk. De verschillen zijn best groot tussen de werelden Amsterdam en Achterhoek. Doe maar normaal, dan doe je gek genoeg versus: sneller wel uitbundig zijn. Zeggen dat je iets goed kan is opscheppen tegenover: zeggen dat je iets goed kan is zelfbewust zijn.

Het directe in mensen van de Randstad vind ik fijn, ogenblikkelijk weten wat je aan ze hebt. De Achterhoeker bewaart dat directe oordeel vaker voor als je er niet bij bent. Maar de Achterhoek kent weer het noaberschap en het onvoorwaardelijk klaarstaan voor elkaar, wat ik prachtig vind.’’

6) Dit was mijn laatste 
vechtpartij:
“Vechten, wow… Ik ren weg voor geweld. Nooit kwam ik ook in zo’n situatie terecht, of… Ik zat in de metro en jongens begonnen een jong meisje lastig te vallen. Ik dacht: wat moet ik nou doen? Ik wil geen agressie opwekken maar dit kan je niet laten gebeuren. Toen ben ik naast dat meisje gaan zitten, ze was niet meer alleen. Dat vond ik al heel heldhaftig. Het werkte. Bij de volgende halte nam ik haar mee de metro uit.”

7) Ik denk nu vaak aan 
cabaretduo Rots:
“Ik heb tot voor kort weleens gedacht: kunnen we het voor een gelegenheid niet oppakken, voor een keertje weer samen spelen… Als grap. Maar daar verder over nadenken gaat niet. Ik vormde Rots natuurlijk met Paulien Cornelisse (Cornelisse maakte in de media bekend haar theatertour af te gelasten omdat ze kanker heeft, red.).

Dat is enorm heftig. Dus over Rots nadenken doe ik niet langer. Ik denk aan Paulien, aan haar gezondheid. Dat is belangrijk, niet Rots.’’

8) Mensen met een accent of tongval zijn:
"Ik praat hoog Haarlems, dat zou aan de basis van abn hebben gestaan. Dat is makkelijk, je bent taalkundig de norm. Als mensen heel plat praten versta ik het niet, maar ik vind het leuk: die andere uitdrukkingen en woorden.

Enkel dialect óf óók abn met tongval kunnen spreken zegt iets over hoe groot jij de wereld wil maken. Mensen die enkel dialect spreken hebben vaker voldoende aan hun geboortestreek, mensen die daarnaast het Nederlands spreken met een tongval willen de wereld erbuiten evengoed ontdekken.’’

9) De mens is monogaam:
“Ik geloof het niet. We vinden het wenselijk en het werkt het beste. Ik ben zelf monogaam. Dat andere lijkt mij zo’n gedoe. Mijn partner zegt ook: ik kan één vrouw nauwelijks aan, laat staan nog meer. Het is een waarde, monogamie, en ik vind het een mooie waarde.’’

10) Dit komt er op mijn 
grafsteen:
“Ik wil begraven worden. Want even magisch denken: mocht er toch een hemel zijn en ik heb mijn lichaam en geest nodig, ik moet heel zijn, dan is het er nog en kan ik naar binnen.

Als tekst denk ik aan Shakespeare: All the world's a stage, and all the men and women merely players.’’