‘Oplossingen’, het dopje
Melkflessen bestaan niet meer. Of het moet de benaming zijn van twee uitzonderlijk witte benen. Ik weet niet of het woord in die zin nog steeds in gebruik is.
In mijn jeugd was er ook nog losse melk te krijgen. De melkboer kwam aan huis, en met een maatbeker werd de melk direct uit de melkbus getapt.
En er waren dus melkflessen. Met een ‘zilveren' dopje. De bovendrijvende room verzamelde zich onder het dopje van zilverpapier, waar de koolmees al snel lucht van kreeg. Als de melkboer de flessen bij de deur zette, was de koolmees er als de kippen bij om het dopje door te prikken en te snoepen van de room.
Mijn moeder bewaarde de dopjes en om de zoveel tijd kreeg ik een papieren zak vol met zilverpapier mee naar school. Het was voor de missie! Vreselijk vond ik dat, want ik werd op school meteen belaagd door de vraag: Ben je jarig?
Er zal wel een of ander recyclingproces aan ten grondslag hebben gelegen of de zilveren dopjes werden meegegeven aan Piet Hein. Alleen het liedje van de zilvervloot was mij bekend; ik had er verder geen idee van. De dopjes kwamen in ieder geval niet in het milieu terecht.
Tegenwoordig kan dat óók niet meer, want het dopje moet aan de fles vast blijven zitten. Er werden heel veel dopjes bij het zwerfvuil aangetroffen. Dankzij een inventieve geest zijn de dopjes nu in het zwerfvuil gemakkelijker eruit te pikken, omdat de fles er nog aan vastzit.
De producenten waren er niet blij mee. Het hele productieproces moest worden ‘geïnnoveerd'. Handenvol geld heeft het gekost.
Dat geld is natuurlijk snel terugverdiend met de pakken vla. Tien procent van de vla blijft in het pak achter door dat ‘handige' dopje en na de ‘innovatie' zal dat nog meer zijn. Ik vrees dat dat nu juist de bedoeling is.
Water uit een flesje drink ik nooit. Nederland heeft het schoonste en lekkerste kraanwater. Het is 500 maal goedkoper dan het zogenaamde bronwater. Er komt geen flesje in het milieu, een dopje is niet nodig, alleen een kraanleertje.
Het verbeterde dopje is een voorbeeld van de vele schijnoplossingen.
Een paar jaar geleden werd er bij mij in de buurt door de gemeente een leuke ‘halteplek' gerealiseerd. Een rustiek overkapt optrekje bedoeld voor passerende fietsers. Er stond een picknickbank met een prullenbak ernaast.
Al snel was het een geliefde hangplek geworden, die 's avonds liever door anderen gemeden werd.
Overlast in de zin van muziek, geschreeuw en afval en nog meer ellende, die het daglicht niet verdragen kon.
Creatieve geesten zijn overal te vinden, dus ook bij de gemeente: De prullenbak kreeg een verhoogde achterkant, zodat er wat minder vaardigheid vereist werd om vanuit de picknickbank de rotzooi erin te mikken. Als ik het niet met eigen ogen had gezien, zou ik aan een 1 aprilmop hebben gedacht.
Er is wel geëvalueerd, want de bank is nu verdwenen en er ligt ook weinig afval. Maar met het verdwijnen van de bank is een oorspronkelijk leuk initiatief door lamlendigheid in de kiem gesmoord. Soms zie ik wat fietstoeristen onder het gebouwtje kleumerig schuilen voor de regen.
De picknickmand met een opgerold tafelkleedje erin, staat in ieder geval droog op de grond.