
‘Dat ik een sloopkogel ben heb ik dacht ik zelf bedacht’
Veur de DraodACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In deze aflevering Vivian Sevenich (31) uit Lichtenvoorde. Ze is waterpoloster bij de Spaanse topclub CN Mataró en gaat voor een gouden zomer met het Oranje waterpoloteam op de Olympische Zomerspelen in Parijs.
Door André Valkeman
1) Mijn mentale bui is:
“Ik rij auto. Ik had een vriendinnetje op bezoek, haar zette ik af op de luchthaven. Straks train ik. We hebben kracht- en zwemtraining. Krachtoefeningen op de kant, als squats en opdrukken en dan sprinten in het water. Naar deze training kijk ik nooit uit, ik kijk er altijd tegenop. Maar na afloop ben je altijd moe maar voldaan.
In mijn leven sta ik tussen carrières in. De topsport stopt straks, logischerwijs. Of dat nog twee, drie of vier jaar duurt, weet ik niet. Ik heb mijn bachelor rechten alvast gehaald en ga door voor mijn master. Voor mijn studie wil ik ook weer in Nederland gaan spelen, na de zomer.
Ik kan mij nog geen leven zonder topsport voorstellen. Ik probeer het zwarte gat voor straks te vermijden. Toch, dat stukje adrenaline op hoogtepunten, dieptepunten en die extremen. Ga ik die vinden in het normale leven? Dat lijkt mij lastig in te vullen. Dat lijkt mij best een gemis, nu ik het zeg. Ik ga het ooit ontdekken.”
2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Uiterlijk mijn vader. Innerlijk allebei. Het eigenwijze in mij is mijn vader, de sterke mening mijn moeder. Als ik mijn bouw zie en mijn kracht. Ja, dan denk ik het meest aan mijn vader. Mijn bijnaam is de sloopkogel, al heb ik die zelf verzonnen, volgens mij. Zo zie ik mijn baan in het water, midvoor is klappen opvangen. En dat tekeergaan is toch wel mijn vader, hij is ook op een goede manier lomp en onbenullig.”
3) Mijn grootste angst is:
“Klinkt vast gek voor een zwemsportster, maar: verdrinken. Alleen dan op open zee. Dat water is natuurlijk mijn tweede natuur, ik voel mij er zo vertrouwd in. Tot ik op open water ben en daar zwem. Ik ben dan bang, ergens, dat dat geliefde water mij verraadt. Ik wil altijd dat er iemand mee gaat. Want stel dat je een fysiek ongemak op open water krijgt?”
4) Na de dood is er:
“Het is mooi om te denken dat er in ieder geval iets is. Hoe dat eruitziet? Geen idee. Ik heb geen bewijs en ervaringen.
Het leven overkomt je niet, je hebt er zelf invloed op. Ik geloof niet in een oppergod die alles bepaalt. Met hard doorwerken en discipline kun je je doelen halen.
Alleen, heel eerlijk… Bij de dood functioneert je lichaam niet meer. Je ontbindt en je hersenactiviteit stopt. Ik vrees dat er dan, zwart-wit gesteld, het zwarte van het niets is.”
5) Ik kan buiten de
Achterhoek wonen:
“Ja, ik woon nu in Spanje. Als ik terugga naar Nederland wordt dat, pragmatisch, Utrecht. Ik heb daar nog een appartement en ga daar op de universiteit studeren.
Achterhoek is altijd nog thuis. Het samenlevingsverband is minder hard. Niet ieder voor zich, maar omkijken. De wereld is hard en egoïstisch geworden. In de Achterhoek word je niet beoordeeld op het grootste huis, de grootste auto, maar of je klaar staat voor een ander.”
6) Ik heb een nieuwe
standaard gezet:
“Bondscoach Doudesis van ons Nederlandse team zei dat over mij. Dat zijn mooie woorden. Als ik dat zo hoor ben ik daar trots op. Hij zegt niet zomaar dingen. Of het waar is... Zoals ik mijn sport bedrijf vind ik normaal. Ik heb mijn maatschappelijke en sociale dingen op tweede of derde plannen gezet. Nooit vrij nemen en altijd trainen. En niets half. Dat heeft ook een keerzijde hoor. Dat je overtraind kan raken. Dat je dipjes krijgt. Maar de liefde die ik voel als ik het water aanraak liet mij altijd doorgaan.”
7) Dit is mijn grootste held:
“Mijn zus. Ik merk dat ik een beetje emotioneel word. We begonnen onze topsportcarrière samen, met dezelfde dromen. Zij koos voor een maatschappelijke carrière, terwijl ze graag door had gewild, na Jong Oranje ook Oranje had willen halen. Ze staat altijd klaar en heeft na teleurstelling een geweldig leven opgebouwd en mij een prachtig nichtje gegeven.”
8) De mens is monogaam:
“Ja en nee. Want je kan elkaar ontgroeien. Bij verschillende fases kunnen verschillende mensen passen. Maar rond relaties zuiver af, denk ik dan. Ga niet in een twilight zone van relaties al aan een volgende werken. Ik krijg die drama’s weleens van de zijkant mee. Ik heb geen relatie, dus ik denk ook een beetje nu: waar heb ik het over.”
9) Mensen met een accent zijn:
“Bewonderenswaardig. Ik ben door mijn sportleven het Achterhoeks kwijtgeraakt. Ik zou zo graag beide willen spreken: Achterhoeks en Nederlands.”
10) Dit komt er op mijn grafsteen:
“It’s hard to beat a person who never gives up.”