
Tafeltennissers SMD spelen voor handhaving, maar willen uiteindelijk hogerop
SportWinterswijkers maken debuut in derde divisie
Door Bart Kraan
WINTERSWIJK – De tafeltennissers van het eerste team van Smash met Durf (SMD) zijn bezig met een uniek avontuur. Ze spelen namelijk na hun kampioenschap in de hoofdklasse voor het eerst sinds de oprichting van hun club in 1968 in de landelijke derde divisie (poule D), waarin ze met 23 punten uit vijf duels de vierde plek innemen.
Die positie garandeert aan het einde van het seizoen handhaving. En is dus het doel van de Winterswijkse formatie. ‘’De nummer laatst (nu Hercules 2 met 15 punten, BK) degradeert’’, aldus Tim Bruggink, die met kopman Jegishjé Zakharian en Rob Sonderlo het keurkorps van SMD vormt. ‘’Of de voorlaatste (TTCV Van Heerwaarden met 22 punten, BK) ook degradeert, hangt af van wat er uit de hoofdklasse komt. De nummer vier, en dat zij wij, handhaaft zich sowieso. Die plek is dus ons uitgangspunt.’’
Maar als het aan Zakharian ligt, blijft het daar niet bij. ‘’We hebben afgesproken om er alles aan te doen om hoger te eindigen’’, aldus de zestigjarige routinier, die aangeeft dat zijn team hoger op de ranglijst had kunnen staan. ‘’Tegen koploper Slagvaardig had ik corona en was ik er dus niet bij. Als ik wel tegen Slagvaardig had kunnen spelen, hadden we misschien een beter resultaat behaald en was het verschil maar vijf punten geweest. Dat is nu dertien punten.’’
Dat SMD nu in de derde divisie speelt, heeft het te danken aan een uitstekend seizoen in de hoofdklasse. De Winterswijkse formatie won acht duels en speelde er een gelijk, met als resultaat dat SMD al voor het tiende competitieduel kampioen was. Die ontmoeting deed er dus niet meer toe en werd niet meer gespeeld. Voor SMD was het leuk dat het daarmee de regionale concurrent Litac uit Lichtenvoorde, voorheen een grootmacht in het Achterhoekse tafeltennis, achter zich liet en daarmee veroordeelde tot nog een seizoen in de hoofdklasse. ‘’Litac was voorheen een stuk groter dan wij, had honderd leden’’, aldus SMD-secretaris Frank Wieggerink. ‘’Nu hebben ze er nog maar dertig.’’
Dat prachtige seizoen in de hoofdklasse en het feit dat SMD tijdens haar debuut in de derde divisie nu op een plek staat die aan het einde van de rit handhaving betekent, is volgens de betrokkenen maar aan een ding te danken: veel trainingsuren maken en dus vastigheid scheppen. ‘’We trainen minstens twee keer in de week, op maandag en woensdag’’, aldus Zakharian. ‘’En we trainen op vrijdag als we dan geen competitie spelen. Tim komt altijd wat vroeger, om half zeven. Rob sluit om kwart voor acht aan. En dan gaan we door tot half elf. Af en toe pauzeren we, dan kunnen de jongens wat water drinken. Die trainingsarbeid levert resultaten op. We trainen ook echt, daar krijgen we balgevoel van en we leren er ook echt wat van.’’
Dat er fanatiek wordt getraind, is te zien aan het aantal balletjes dat tijdens de training wordt gebruikt. Na elke rally blijft het balletje dat dan gebruikt is, op de grond liggen en pakt Zakharian een nieuw balletje uit een mand op een ijzeren rek. ‘’De jongens trainen niet met een balletje’’, aldus Wieggerink. ‘’Als je met meer balletjes kunt trainen, houd je er het tempo in en hoef je niet constant dat ene balletje op te rapen.’’
Met de vele trainingsarbeid onderscheidt SMD zich volgens Zakharian, Bruggink en Sonderlo van veel teams in de hoofdklasse en derde divisie, die volgens hen veel minder uren in de zaal staan. ‘’Veel teams in de hoofdklasse hebben een hoger niveau, maar trainen niet’’, aldus Bruggink. ‘’Komt omdat ze het in de hoofdklasse veel prettiger vinden. Dan kun je op overdag zaterdag blijven spelen en hoef je niet op vrijdagavond in actie te komen.’’
Grote aanjager voor wat betreft het maken van veel trainingsuren, is Zakharian, die voor zijn komst naar Nederland dertig jaar geleden in zijn geboorteland Armenië zijn sporen verdiende als speler en trainer. En die zijn arbeidsethos mee naar zijn nieuwe land heeft genomen. De routinier was eerst drie jaar actief bij Litac en drie jaar bij het Terborgse Hercules, waarna hij twaalf jaar vanwege ziekte niets aan tafeltennis deed. ‘’Toen heb ik de arts gezegd dat ik weer ging sporten, want ik kon niet meer tegen thuis zitten. Ik ben in 2009 weer bij Litac gaan spelen en ben uiteindelijk via de broers Samuel en Theo Wassink bij SMD terechtgekomen’’, aldus Zakharian, die bij de Winterswijkse tafeltennisvereniging meteen jeugdtrainer werd en er in die hoedanigheid zijn enthousiasme en fanatisme op de jeugdleden overdroeg. Onder hen toen Tim Bruggink, nu medespeler van Zakharian in het eerste team van SMD en evenals zijn teamgenoot en mentor een trainingsbeest dat veel en graag in de zaal staat. ‘’Tim is gretig en fanatiek en dat heeft hij van Jegishjé’’, aldus Wieggerink.
Maakt SMD dus meer trainingsuren dan de andere teams in de derde divisie D, die ploegen zijn meer dan geduchte tegenstanders. ‘’Die jongens zijn snel, slaan veel ballen terug. En ze zijn mentaal ook snel’’, aldus Bruggink, die met dat laatste bedoelt dat veel spelers in de derde divisie zich tijdens wedstrijden niet altijd even sympathiek opstellen. ‘’Sommigen hebben nare trekjes. Hoe hoger je speelt, hoe meer er wordt gepraat. Soms is het echt zuigen.’’
Tegen die teams moet SMD dus handhaving bewerkstelligen. De Winterswijkse formatie heeft nu een keer tegen iedere tegenstander gespeeld. ‘’Dus we kennen de spelers en daar kunnen we op anticiperen’’, aldus Bruggink, die het met Zakharian en Sonderlo aanstaande vrijdag in de strijd op klassebehoud in gymlokaal De Esch aan de Rusthuisstraat opneemt tegen Renata, derde met 26 punten uit vijf duels.
Is handhaving het doel voor dit seizoen, Zakharian geeft aan dat hij met zijn team uiteindelijk wel naar de tweede divisie wil. ‘’Maar dan moet Rob wel beter worden’’, zo glimlacht hij. Sonderlo beaamt dat. ‘’Ik train twee, twee en een half seizoen fanatiek. Afgelopen seizoen ging het in de hoofdklasse heel goed. Maar ik had nooit verwacht in de derde divisie terecht te komen. Dat niveau is nu nog te hoog gegrepen voor mij. Ik heb twee wedstrijden gewonnen, vijf verloren in vijf games. Ik moet een goede dag hebben om te winnen maar doe er alles aan om beter te worden.’’
De tweede divisie moet op termijn haalbaar zijn, vindt Chris Holleman, speler van het tweede team. ‘’We zijn in de breedte sterk genoeg. Het tweede team doet het goed in de eerste klasse en wil naar de hoofdklasse. We hebben een grote kans op de titel. En ook het derde team, bestaande uit jonge spelers, doet het goed. Dus we hebben genoeg aanwas.’’
Kadertje
SMD wil weer jeugdafdeling
SMD heeft in de senioren een groot aantal jonge spelers en hoeft dus niet meteen bang te zijn voor de toekomst. Maar de club zou graag de jeugdafdeling, die twee jaar geleden ter ziele ging, nieuw leven inblazen.
De jeugdafdeling van SMD werd opgeheven vanwege gebrek aan leden. ‘’Een aantal jongeren ging naar de senioren, een aantal is gestopt omdat ze geen zin meer hadden’’, aldus SMD-secretaris Frank Wieggerink, wiens club met ingang van het nieuwe schoolseizoen in actie komt om weer jeugd te krijgen. ‘’We hebben nog een aantal oude tafels. Die zetten we in augustus in scholen neer, in de hoop dat onderwijzers zo enthousiast zijn om tafeltennis onder hun leerlingen te promoten en er zo wat meer bekendheid aan te geven.’’
Want tafeltennis is niet de meest bekende sport. ‘’Tafeltennis is onbekend’’, aldus Wieggerink. ‘’Alleen bij successen op de Olympische Spelen druppelen er wat mensen binnen. Voetbal is onder de jeugd de bekendste sport. Dan komen sporten als volleybal, handbal en hockey. Tafeltennis komt veel later.’’
Het is niet de eerste actie die SMD houdt om jeugd te werven. ‘’We hebben mooie flyers gemaakt’’, aldus Wieggerink. ‘’En we hebben clinics gegeven’’, zo vult Chris Holleman, speler van het tweede team, aan. ‘’Die leverde dan twee jeugdspelers op. Dan moet je het geluk hebben dat je er nog een jeugdspeler bij krijgt die qua leeftijd bij de andere twee past. Gebeurt dat niet, kunnen de twee nieuwe spelers geen competitie spelen en gaan ze na een paar maanden weer weg.’’
SMD heeft nu wel de beschikking over twee meisjes van niet-Nederlandse afkomst. ‘’Die gaan met sprongen vooruit’’, aldus Wieggerink. ‘’Ze willen ook wel competitie spelen maar dan moet je er dus een meisje bij hebben.’’