De dichter fietste, zijn tegemoet komend verkeer groetend, over de kerkenpaden van de Achterhoek en twijfelde over zijn oren.

Echo

Mooi is dat leven in mo’jland
Ik ervoer het langs de Elbe
op fietsvakantie met mijn lief.
De echoënde tegenliggers.

Ik mis het nu in de ochtend.
Nu zij uit de tijd gekomen,
ik het slechts in gedachten hoor,
ons vertrouwde ochtendgroeten.

Ook in Groningen de groet.
ze schrijven het daar wel anders:
em-oo-ie is wat ik daar zie.
Het oogt op Frans; Kijk mij dan toch!

Je hoort het in de Achterhoek.
Op de fiets- en wandelpaden.
Alhoewel, meen ik vaker ‘Hoi’
terug te horen. Of toch niet?

Is het slechts een teloorgang
van mijn ouderdoms oren?