A.L. Snijders | Oorlog

  Column

Ik schrijf dit 10 mei. Ik herinner me dat ik als kind het lot dankbaar was. Het begin en einde van de oorlog in een notendop, makkelijk te onthouden. Het begon met het einde, 5 mei, we vierden feest, we konden weer met onze fiets naar school. Toen een vriendje uit dezelfde straat tegen het einde van de oorlog op de fiets naar school ging, werden er op de Apollolaan fietsers aangehouden en de fietsen op militaire vrachtauto’s geladen, ook kinderfietsen, het vriendje zat zonder. 

Na de oorlog, een paar jaar later, werd mijn fiets van zolder gehaald en reed ik met hem een tijdje achterop naar school, hij was gelukkig niet zwaar. Onze school deed mee aan de bevrijdingsfeesten met versierde fietsen. Mijn ouders hadden geen kaas gegeten van het versieren van fietsen. Ze legden kleurige linten plat op de stangen, het stuur en de spatborden. Al op een kleine afstand waren ze niet te zien, ik reed als enige op een onversierde fiets. Later heb ik ze dat vaak verweten en uitgelegd dat fietsversiering uit vlaggen en ballonnen moet bestaan, veelkleurig en beweeglijk in de wind. Ik had op een dode fiets gereden, de vrede was voor mij niet geslaagd. Ik heb er later veel last van gehad bij de psychiater. Eén gaf me zelfs de raad het met mijn kinderen bij de feesten na de volgende oorlog goed te maken en de vlaggen en ballonnen niet te vergeten. In onze familie werd vaak gesproken over de Grebbeberg. Mijn vader moest die stelling verdedigen. Hij had een huisje gehuurd in een bos bij Doorn. Daar kwam vaak een eekhoorn in de keuken, die de druppelende kraan gebruikte om zijn dorst te lessen. Ik was drie jaar en zag de eekhoorn soms op het aanrecht zitten, want behalve door het water, werd hij ook aangetrokken door etensresten. Mijn vader had geen hoge rang in het leger, hij was er als dienstplichtige. Op 10 mei tenniste hij met een hoge militair, een man van adel met bijpassend accent. Toen het bericht kwam dat de Duitsers het land binnenvielen en het dus oorlog was, gooide mijn vader zijn racket van zich af. Zijn tegenstander gaf hem het bevel eerst de partij uit te spelen, en dat gebeurde. Op 5 en 10 mei denk ik altijd aan die eekhoorn, mijn versierde fiets, het bevel op de tennisbaan.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden