Foto:
Columns

Zwaleman | Honger

Honger

Ik trap natuurlijk een open deur in, als ik zeg dat taal een levend mechanisme is. Iedereen weet dat de taal die we spreken, of dat nu Nederlands is, Achterhoeks of om mijn part Swahili, constant aan verandering onderhevig is. Er komen steeds woorden en uitdrukkingen bij en even snel vallen andere woorden en zegswijzen weer af.
Ik ben opgegroeid in de jaren vijftig en als klein kind sprak ik een heel andere taal dan mijn kleinkinderen nu. Ik gebruikte sowieso al geen Engelse woorden en uitdrukkingen. Simpelweg omdat ik ze niet kende. En ook niet kon leren kennen, want we hadden thuis nog geen televisie en de liedjes die je op de radio hoorde waren bijna allemaal Nederlandstalig. En natuurlijk, voor OMG (spreek uit oo em dsjie, hetgeen staat voor Oh my God) had ik toen wel de Nederlandse vertaling kunnen gebruiken. Maar Oh mijn God, dat zei je niet in mijn jeugd. Dat was net zoiets als vloeken!
Waarmee ik kom op nog een heel ander verschil tussen de jaren vijftig en nu. Het verschil namelijk tussen wat toen onbetamelijk was om te zeggen en wat nu.
Het gemak waarmee we tegenwoordig onze genitale onderdelen aanduiden was er in mijn jeugd nog niet. Jongens hadden een mannetje, meisjes een voorbips. Beide trouwens ook wel aangeduid als plasser. Alsof je er niets anders mee kon…
Mijn kleinkinderen zouden zich het apezuur lachen, mocht ik die woorden nu nog gebruiken. Zij kennen wel andere aanduidingen. Ook die van drie letters. Maar die gebruiken zij dan weer niet. Tenminste niet als opa het kan horen. En ze hoeven ook helemaal niet te weten, dat zo'n drieletterwoord ook mij wel eens ontglipt. Tja, ik ga met mijn tijd mee, zal ik maar zeggen.
Je kunt waarschijnlijk een heleboel woorden opnoemen die tegenwoordig heel normaal zijn, maar die je in mijn jeugd niet geacht werd hardop uit te spreken. Op straffe van een (ook al zo ouderwetse) draai om je oren. Maar er is één woord, dat ik als kind al niet mocht gebruiken en mijn kleinkinderen nog steeds niet. Of misschien is het beter om het over een uitdrukking te hebben. De uitdrukking: 'Ik heb honger.'

"Ik heb honger." Als ik dat vroeger tegen mijn moeder zei, dan kreeg ik meteen de volle laag. "Hoezo? Jij hebt de oorlog niet meegemaakt. Jij weet niet eens wat honger is."
En omdat opvoeden nu eenmaal opvoeden het doorgeven is van de normen en waarden die je ouders jou hebben bijgebracht, kregen mijn kinderen in de jaren tachtig hetzelfde te horen. "Heb jij honger, zeg je? Nee hoor, dat is geen honger, dat is trek. Als je wilt weten wat honger is, moet je dat maar eens aan de kindertjes in Afrika vragen."
Laatst vroeg mijn kleindochter of ze een koekje mocht pakken. Omdat ze een beetje honger had, voegde ze er aan toe. Waarop oma vriendelijk, maar toch met enige nadruk antwoordde: "Nee, je hebt geen honger, je hebt trek." Gelukkig voor het kind werden de oorlog en de kindertjes in Afrika er niet meer bijgehaald, maar toch… er is dus maar weinig veranderd in al die jaren.
Op het moment dat ik deze column schrijf heb ik in verband met een medisch onderzoekje (morgen in het ziekenhuis in Winterswijk) al anderhalve dag moeten vasten, heb ik geleefd op bouillon en slappe thee. Maar u zult mij niet horen klagen dat ik honger heb. Ik heb wel trek. Enorme trek!!!

Meer berichten