Foto:
Columns

Zwaleman | Nationalisme

Nationalisme

Iedereen kent 'm: de Union Jack. Of eigenlijk, als je het helemaal correct wilt zeggen: de Union Flag. Een Sint Andries-kruis en een Sint Patrick-kruis in het rood met witte randen, samen op een blauw veld. Het is de officiële vlag van Groot Brittannië, ofwel het Verenigd Koninkrijk. Maar zouden Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland daarnaast ook hun eigen vlag hebben? Dat vroeg ik me af, toen ik vorige week in de bus stapte voor een weekje 'Schotland in een notendop', zoals de trip in de reisfolder was beschreven.
Eigenlijk best een terechte vraag, want voor mijn lief en ik aan deze korte vakantie begonnen had ik tegen mijn jaloerse eindredacteur geroepen, dat het helemaal geen vakantie was. "Het is een studiereis. Ik ga het Schots nationalisme bestuderen. Misschien hebben we daar nog baat van als de Achterhoek ooit nog onafhankelijk wil worden." Grapje natuurlijk, maar wie weet trapt de Belastingdienst er in.

Van dat eventuele nationalisme was niets te merken toen we de Engels – Schotse grens overgingen. Althans, niet in de vorm van een eigen vlag. In heel Gretna Green was trouwens geen enkele vlag te bespeuren, laat staan een Schotse. En ook in de dagen daarna zag ik nergens iets dat op een nationaal vlaggendoek leek. Pas toen we een week later Schotland weer uitreden wees de buschauffeur me op een mast met daaraan een behoorlijk verfomfaaide blauwe lap met een wit kruis. De officiële Schotse vlag.
(Even tussendoor: de eerste Achterhoekse vlag die ik de volgende dag zag vanaf de A12 ter hoogte van Didam was al net zo gehavend, maar verderop in onze Achterhoek wapperde 'onze' groene vlag overal trots en fier!)

Goed, het nationaal bewustzijn van de Schotten uit zich dus niet in veelvuldig vlagvertoon. Maar dat wil niet zeggen, dat het niet zou bestaan. Schotten zijn heel trots op hun eigen land, dat bleek overal waar we kwamen. Al kon ik me niet aan de indruk onttrekken, dat die trots af en toe ook wel een beetje gespeeld was. Omdat ze hun 'eigenheid' ook wel heel graag te gelde maken. Hun beroemde whiskey bijvoorbeeld. Die ze zelfs nauwelijks drinken, bemerkte ik in de pub. Geen wonder, gezien de prijs van zo'n fles gemout gerstenat.
In een van de vele distilleerderijen wilde een bevallige Schotse ook best laten zien hoe ze Scotch maken en we mochten zelfs een klein slokje proeven. Maar daarvoor dienden we wél twaalf pond af te rekenen. En dat hoefden echt niet per se Schotse ponden te zijn, Engelse waren even welkom.
Trouwens, ook de befaamde kilt heb ik nergens gezien. Niet op straat tenminste. Alleen de barman in ons hotel droeg er eentje. Die hij hoogst waarschijnlijk uittrok zodra zijn dienst er op zat. En natuurlijk was de doedelzakspeler die optrad tijdens een 'traditional Scottish evening' ook in nationaal kostuum gestoken, evenals die leuke jongedame die ons wist over te halen om mee te doen aan enkele traditionele Schotse volksdansen. Maar ook voor haar was het ongetwijfeld slechts werkkleding.

Op die Schotse avond heb ik trouwens ook kennis gemaakt met die andere lekkernij, waarop de Schotten zo trots zeggen te zijn: Haggis. (Maar die de Schotse serveerster absoluut niet lustte, zo bekende ze!)
Haggis is een mengsel van orgaanvlees (hart, long, lever), reuzel, havermout en kruiden, dat in een schapendarm wordt gepropt en dan gekookt. Dat wist ik al voor ik het op het bord kreeg en desondanks heb ik het gegeten. Voor de eerste en laatste keer. Bah, wat smerig. Geef mij maar balkenbrij!

Meer berichten