Jos van 't Hooft helemaal in zijn element achter een piano. Foto: Henri Walterbos
Jos van 't Hooft helemaal in zijn element achter een piano. Foto: Henri Walterbos (Foto: )

Jos van 't Hooft; een leven lang muziek

'Ik schijn al op zeer jonge leeftijd op muziek gereageerd te hebben'

Door Henri Walterbos

GROENLO/WINTERSWIJK - Muziek is zijn leven. Het stroomt door zijn aderen. Vanaf zijn geboorte al. "Ik schijn al op zeer jonge leeftijd op muziek gereageerd te hebben. Thuis stond altijd WDR 4 aan. Die tune, daar bleek ik altijd al op te reageren. Mijn tweelingbroer Rob pakte me dan het speelgoed af. Hij vermaakte zich dan daarmee, en ik met de muziek." Jos van 't Hooft (69) ten voeten uit. Onlangs vierde hij zijn 50-jarig jubileum als pianostemmer bij Westera in Winterswijk.

50.000 Piano's
Bij zijn 45-jarig jubileum ontving hij een 'Gouden stemvork' voor meer dan 50.000 keer stemmen van een piano. "Heel vaak hoor ik van klanten 'hoo hol ie dat vol dat gepingel den helen dag. Wo'j doar neet helemoal ramgek van?', " lacht Jos, die min of meer bij toeval pianostemmer werd. "Ik ben altijd bezeten geweest van muziek. We waren een muzikale familie. Mijn vader was beroepspianist, speelde in de Grollico's en de Bekkenuttes. Mijn vijf broers zijn ook muzikaal. Ik speelde piano, trompet, schuiftrombone, basgitaar en slagwerk." Zijn eerste pianoles had hij op zesjarige leeftijd bij Jan van de Belt in Groenlo. "Ik kon nog niet lezen dus ging dat allemaal met poppetjes. De C was Cornelia, de D Daantje, enzovoort. Ik studeerde eigenlijk veel te weinig. Als Jan het voorspeelde had ik een soort van fotografisch geheugen, speelde ik dat thuis na. Hoefde ik de hele week niet meer te studeren," lacht Jos. "Ik deed middelbaar beroepsonderwijs maar ik wilde alleen maar muziek, muziek, muziek. Toen werd ik aangenomen op het Muzieklyceum in Enschede, het huidige conservatorium. Heb ik drie en een half jaar gestudeerd. Trompet hoofdvak, piano bijvak en omdat ik een redelijk goede stem had ook zangles. Ik wilde uitvoerend kunstenaar worden, zoals dat toen heette. In een symfonisch orkest als trompettist. Ik maakte in die tijd ook veel dansmuziek, wat ten strengste verboden was door het conservatorium toen. Ik had een collega, Henk Bernards, een bekend hammondorganist toen. We gingen met zijn tweeën naar de zolder in een groot herenhuis aan de Boddenkampsingel in Enschede. Zo gehorig als de neten. Henk achter het orgel en speelde ik trompet in een afval-emmertje. Een beetje jazzy muziek. Toen werd er op de deur geklopt. Jacobs, de directeur. 'Ik zie het al,' zegt ie. 'De schnabbelaars.'" Jos lacht. "We speelden twee, drie keer in de week, naast de studie. Ik zat in The Mosquito's, met Bennie Bomers van Marveld Recreatie Groenlo. Stond ik daar met de band bij het Witte Paard in Zieuwent 'Il Silentio' als 14-jarige jongen te spelen, met Harrie te Brincke, Hugo van 't Hooft en Ton Snijders. Dat mocht helemaal niet. Dat was kinderarbeid. Mijn vader vond het prima, want die was ook een en al muziek. Met 11 jaar had ik al een orgel thuis staan. Ik kon gewoon niet zonder."

Pianostemmer
Door het teveel maken van muziek kreeg hij een andere lipspanning. "Op een gegeven moment werd ik me ervan bewust dat ik het anders aan moest pakken als ik nog in een symfonieorkest wilde spelen. Eigenlijk was dat al te laat. Ik kreeg de lippen te dik en werd me te verstaan gegeven een ander instrument te kiezen. Beroepsmatig zou ik het met trompet nooit redden. Ik was 19 jaar, en daar sta je dan. Met trombone mogelijk wel. Maar ik had helemaal geen zin in om weer opnieuw te beginnen en tot mijn 65e op de bühne 'Ein Prosit' te spelen. Zegt directeur Jacobs tegen me; 'Jos je hebt goeie oren aan de kop, je gebruikt ze ook nog. Lijkt jou pianostemmer niet wat? Ik zei 'Meneer Jacobs, toen bij ons thuis de pianostemmer aan het stemmen was, liep ik gillend het huis uit. Ik kon dat gepingel niet hebben. Toen had ik schijnbaar al een heel bijzonder gehoor, zodat ik hoor wat goed of fout is. Dat heb ik nog steeds." Op het moment dat hij het uitspreekt staat hij op en loopt naar de keuken toe. "Die kraan daar moet een nieuw leertje in. Dat druppelen dat knapt mie deur de kop hen." Uw verslaggever hoort echter niets. "Alle bijgeluiden hoor ik. Het is helemaal niet fijn als je zo'n goed gehoor hebt. Super overgevoelig." Pianostemmer werd hij, bij Drachtstra in Gronau, waar hij anderhalf jaar werkte. "Geen cent verdiend, want je moest al blij zijn dat je daar de opleiding kreeg. Achteraf heeft me dat zeer goed gedaan. De rest van de opleiding heb ik bij Westera gedaan. Ik had als verdienste pianoleerlingen en een oecumenisch jongerenkoor uit Winterswijk. Daarnaast behartigde ik de belangen van mijn leerlingen, zat ik bij de Burger Harmonie, waar ik ook in het bestuur zat, en vanaf 1977, de mooiste periode, zat ik bij Big Band 77."
Bij Westera werd hij zijn vak meester. "We hebben een paar jaar in Winterswijk gewoond waar pa een fraai restaurant van het Hoekhuis maakte. Veel muziek gemaakt tijdens de Volksfeesten. In Winterswijk heb ik ook Dinie leren kennen. Die komt daar vandaan. Ook meneer Westera heb ik daar leren kennen. Hij had al gehoord dat er een muzikale familie van Groenlo naar Winterswijk zou komen. Dat waren wij. Na twee weken kwam ik al in dienst. De zaak bestaat 55 jaar en ik werk er 50 jaar. Af en toe een klantje hier en daar in het begin. Ik was begonnen met een kwartiertje 's morgens en 's middags. Anders word je helemaal maf. Dan ontwikkel je je gehoor, 'piano an.' Elke piano is anders. Dat leer je in de praktijk. Dertig jaar lang heb ik 30 piano's gestemd in de week. Per piano een uur. Daar krijg je niemand meer zo gek voor, maar dat was toen zo. Arnhem, Doesburg, Deventer, Twente, overal ging ik naar toe. En 's avonds stond het busje alweer voor om muziek te maken. Ik moet eerlijk zeggen. Mijn vrouw Dinie heeft veel alleen gezeten. Daar heb ik veel respect voor, met twee opgroeiende kinderen."

Extreem gehoor
Jos heeft liefde voor zijn vak. "Je behandelt elke piano met liefde, en doet het voor de klant. Soms is een piano niet veel meer waard. Dan probeer ik mensen wel eens te bewegen om naar de werkplaats of winkel te komen. 'Ja maar er wordt niet veel op gespeeld,' hoor ik dan wel eens. Ik zeg dan 'als je een betere piano hebt wordt er ook wel weer meer op gespeeld, komt de muzikaliteit weer naar boven." Luisteren is zijn vak. Jos beschikt over een over gevoelig gehoor. "Ik ben constant aan het luisteren. Ik heb altijd muziek in mijn hoofd. In de auto heb ik nooit de radio aan. Ik kijk soms uren televisie zonder geluid. Het liefst heb ik stilte. Ik kom nooit tot rust, nooit muziekvrij. Mensen die op bezoek komen moeten het geluid van de mobiel uitzetten. Ook die rijdende disco's op de weg 'boem-boem-boem' of muziek in winkels. Daar word ik ramgek van. Ik gun het niemand wat ik heb. Ik stem nu nog 200 piano's per jaar. Ik vind het nog steeds hartstikke leuk werk. Ik kom alweer bij kinderen en kleinkinderen van oude klanten."

Carnaval
Ook als arrangeur voor de Grolse carnaval was de Grollenaar actief. Voor zijn verdiensten voor de Grolse carnaval kreeg hij al eens het Gouden Veertje uitgereikt en won hij in 2001 met Henri Walterbos (tekst) samen het Schlagerfestival met 'De klokken dee rammelt weer', waarvoor Jos de muziek schreef. "Dat was enorm veel werk. Dat heb ik 8 jaar lang gedaan. Mijn vrouw kwam wel eens om 3 uur 's nachts bij me als ik nog bezig was, maar ik vond het prachtig." Zelf muziek maken doet hij niet meer. "The Backcorner Collective daar doe ik het geluid voor. Daar zingt mijn dochter Esther in. En Bart mijn zoon speelt in Zieuwent in een band. Is toch leuk dat ze er iets van meegekregen hebben." Naar concerten gaat hij ook niet meer. "Het gaat me te hard en als het vals is loop ik gillend weg."

Meer berichten