Columns

Verfrommelen

Het is volgens Van Dale een gewoon Nederlands woord, maar ik heb er altijd weer moeite mee: verfomfaaien. Synoniem van verkreukelen. Dat laatste woord gebruiken we vaker en ik durf te zeggen dat dat komt, doordat we allemaal moeite hebben met het synoniem. Want was het nu verfomfraaien, verfromfraaien of toch…..???
Gelukkig komt het woord in onze Achterhoekse streektaal niet voor. Ik heb het tenminste niet aangetroffen in het Wald, het Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten. Maar daarin staan wel een paar andere woorden die hetzelfde betekenen als verkreukelen.
Verfrommelen bijvoorbeeld. Dat zegt men vooral in de noordelijke Achterhoek en in het gebied langs de IJssel. In Doesburg, het Montferland en in de Liemers spreekt men eerder over verfroemelen. Weer elders, bijvoorbeeld in Lichtenvoorde en Varsseveld, zegt men verknoffelen. En twee oudere woorden, die je eigenlijk nooit meer hoort, zijn verknötteren en verfrosselen.
Let wel, dan hebben we het dus over verkreukelen, zoals je dat kunt doen met een krant of een ander stuk papier. Als het gaat om stof, bijvoorbeeld een gordijn of een tafelkleed, dan spreken we in de Achterhoek over (ver)knoefelen of (ver)frosselen. Maar ook wel over kronkelen of krokelen. En als het gaat om een vouw in de stof die er niet meer uitgaat, dan hebben we het over een knoffel. Of over een knoefel, knötter, knöttel, krökkel, knökkel, kreukel, foeke, fommel of vouw. Ik heb het al eens eerder gezegd: het Achterhoeks is een rijke taal!
(Overigens: 'n deepe foeke in 't gezich kriej d'r neet uut. Zelfs niet meer met botox!)

Meer berichten