Het bankje aan de Brandenweg. Foto: Bernhard Harfsterkamp
Het bankje aan de Brandenweg. Foto: Bernhard Harfsterkamp (Foto: )
Columns

Vanaf een bankje | Bij de Kulverheide

Vanaf een bankje

Bij de Kulverheide

Door Bernhard Harfsterkamp

WINTERSWIJK – Opnieuw ben ik op een bankje dichtbij de Duitse grens gaan zitten. Dit keer in het zuiden van Winterswijk, in wat wel het Achterwoold wordt genoemd. Achter het bankje staat zelfs een grenssteen. Geen oude, maar zo'n rechthoekige modernere versie van steen met een nummerplaatje, waarop ik 762A zie staan. Het bankje bevindt zich aan de Brandenweg, direct naast een groene grensovergang.

Dit bankje is net niet het zuidelijkste in de gemeente. Dat staat bij de andere groene grensovergang in de buurt, die ook aan de rand van de Kulverheide ligt en bovendien bij het grensoverschrijdende veengebied bestaande uit Wooldseveen en Burloer- en Vardingholter Venn. Heide en veen heeft lang het aanzien van de zuidpunt van de gemeente bepaald. De zuidwestlant van het gebied werd vroeger ook Wooldsche veld genoemd.

Veel bebouwing is er nog steeds niet te vinden. Tussen al die woeste grond bevonden zich al wel heel lang geleden enkele boerderijen met daar omheen enkele akkers, weilanden en houtwallen. Deze enclave heeft de naam het Loo gekregen. Zulke kleine stukjes oud ontginningslandschap komen nauwelijks voor in Winterswijk. Ten noorden van de Kulverheide en Wooldsche Veld ligt een veel groter deel van dat landschap, met daarin een van de oudste boerderijen van Winterswijk, het Roerdink. Als ik hele goede ogen zou hebben en er niet enkele landschapselementen "in de weg" zouden staan, had ik het vanaf het bankje kunnen zien liggen.

De woeste grond is in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw ontgonnen. Aanvankelijk bleef er hier en daar nog heide over, maar uiteindelijk is alle grond omgezet in bos en weiland. Er werden vooral grove dennen aangeplant ten behoeve de mijnbouw en hier en daar ook loofbos. Achter het bankje ligt zo'n stukje bos. De bodem zal hier nat zijn geweest, want ik zie rabatten liggen. Deze diep gegraven sloten, waarbij de afgegraven grond naast de sloot werd gedeponeerd, zorgde voor hogere en drogere stroken, waarop de bomen beter konden groeien. Dat overal heide lag is in de bossen nog steeds te merken. Als er stukjes bos worden gekapt, slaat er meteen op de kaalkappen weer heide op.

Vanaf het bankje kijk ik echter vooral uit op het oude hoevenlandschap van 't Woold. De grens tussen oud en nieuw ontginningslandschap is hier scherp en vrijwel recht. De weg die naar het bankje toe loopt en waarover ik ben aan komen fietsen, noem ik nog altijd Weidegrensweg. Dat komt omdat ik vanwege het inventariseren van alle wegbermen in de tijd, dat alle wegen in het buitengebied nog niet de huidige namen hadden gekregen, de oude namen in mijn hoofd blijf houden. Tegenwoordig is het de Brandenweg, maar Weidegrensweg is een mooiere naam. Ik zit ook bij het begin, of het eind, het is maar hoe je het bekijkt, van een van de langste zandwegen in de gemeente. Wie hier begint te fietsen komt uiteindelijk uit op de Geessinkweg dichtbij de kern van Kotten. Slechts één stukje is verhard. In mijn wegbermen tijd was het nog de Grote Veldweg, maar nu kom je onderweg de namen Brandenweg, Wiggersweg en Kienveenweg tegen. Overigens is er nog steeds een Grote Veldweg in Ratum en één in Corle. Overal in het buitengebied waren immer grote (heide)velden. In Winterswijk-oost zijn inmiddels wel weer enkele nieuwe grote velden met natuur verschenen. Om daarover te vertellen, moet ik echter op zoek naar een volgend bankje.

Meer berichten