Verdroogd grasland nabij de Boven-Slinge. Foto: Bernhard Harfsterkamp
Verdroogd grasland nabij de Boven-Slinge. Foto: Bernhard Harfsterkamp (Foto: )

Droogte en verdroging in de natuur

Regenwater wordt nog steeds te snel afgevoerd

Door Bernhard Harfsterkamp

WINTERSWIJK – Voor het tweede jaar op rij is er sprake van een droge en regelmatig zeer warme zomer. Het is overal goed te zien, want veel weilanden zijn verdroogd en geel gekleurd. Zo droog als het in 2018 was lijkt het nog niet, maar de Boven-Slinge staat ook nu al al op vele plekken bijna of helemaal droog en dat geldt ook voor vele andere beken.

Te droog
Diverse maïsvelden laten al weer verdroogde planten zien, waardoor de opbrengst dit jaar opnieuw tegen zal vallen. Ook hebben boeren nog niet al te vaak hun graslanden kunnen maaien, waardoor er later in het jaar misschien niet meer voldoende eigen voer voor het vee is. Dat zal dan moeten worden aangekocht. Niet alleen de landbouw heeft last van de droogte, ook in de natuur zijn de gevolgen langzamerhand ernstig. Het is niet alleen de droge zomer die natuur en landbouw parten speelt, ook in de periode tussen de beide zomers is er veel te weinig neerslag gevallen. In "normale" jaren wordt het neerslagtekort dat is ontstaan in de zomer aangevuld. Dat betekent dat in de hoogveengebieden, zoals het Korenburgerveen en Wooldseveen zoveel water is gevallen, dat het tot bovenaan weer "vol" staat. Dat is dit jaar niet gelukt. Ook de beken hebben in de afgelopen winter geen hoge waterstanden gehad, terwijl dat gebruikelijk is. Landbouwgronden staan in de winter zelden tot boven aan "vol", maar de gemiddelde grondwaterstand was aan het begin van het groeiseizoen al veel lager dan gewenst. Voor natuur en landbouw was een natte lente en zomer het beste geweest.

Al langer een probleem
Natuur, landschap en landbouw hebben niet alleen last van de aanhoudende droogte, maar ook van verdroging. De te snelle afvoer van regenwater veroorzaakt de verdroging. Te weinig regenval veroorzaakt droogte. Regenbuien van een behoorlijke omvang zullen de grondwatervoorraad weliswaar enigszins aanvullen, maar een te groot deel wordt nog altijd oppervlaktewater. Het merendeel van de landbouwgronden is goed ontwaterd door het systeem van drainage en afwateringssloten. Regenwater komt daardoor in natte perioden te snel terecht in de beken, die het water westwaarts naar de grote rivieren en uiteindelijk de zee afvoeren. Die verbeterde afwatering, die is ontstaan omdat de agrariërs eerder in het jaar met zwaardere machines het land wilden bewerken, heeft zeker in het kleinschalige Oost-Achterhoekse landschap meteen effect op natuur en landschap. Het is al decennialang een probleem en zelfs de landbouw ondervindt er in delen van het buitengebied de nadelen van.

Water langer vasthouden
Over de bestrijding van de verdroging wordt al decennia lang gesproken en dat heeft al geleid tot diverse maatregelen, die vooral in het bekensysteem van Winterswijk zichtbaar is. Het motto daarbij is het langer vasthouden van het regenwater in het gebied. De regendruppel moet niet meer zo snel mogelijk Winterswijk uit, maar tijd krijgen om in de grond te zakken en het grondwater aan te vullen. Dat kan bijvoorbeeld door het verlengen van de loop van de beek. Een rechte beek voert het water sneller af dan een kronkelende. Daarom zijn in diverse beken van Winterswijk oude beeklopen weer verbonden met de hoofdloop, waardoor het regenwater meer tijd krijgt om in de bodem te zakken. Ook zijn er zelfs nieuwe lopen gegraven, zoals langs de Boven-Slinge in de Brinkheurne, die de afvoer vertragen. Daarnaast wordt er gewerkt met retentiebekkens en weilanden die mogen overstromen bij hoog water. Maar dat is nog lang niet genoeg om al het regenwater in het gebied vast te houden. Daarvoor zal ook de landbouw moeten nadenken over werken met hogere grondwaterstanden in met name het voorjaar en het accepteren van een minder optimale ontwatering voor de agrariër.

Zelfs natste gebieden te droog
Ook in de hoogveengebieden zijn vanaf het eind van de jaren negentig maatregelen genomen om ze te vernatten. Zowel in het Korenburgerveen als in het grensoverschrijdende veengebied bestaande uit Wooldseveen en Burloër- en Vardingholter Venn zijn damwanden aangebracht, waardoor er compartimenten (afgescheiden gedeelten) zijn ontstaan, waaruit geen water meer wegloopt. Alleen als het veen zo nat is, dat er te veel water in staat, stroomt er nog water weg via watergangen in de omgeving.

De verdroging van de omgeving van de venen heeft daarom weinig invloed meer op de waterhuishouding van deze natuurgebieden, maar de droogte des te meer. Af en toe een zeer droog jaar waren de beheerders van deze veengebieden wel gewend, maar de droogte die ruim een jaar geleden is begonnen is zeer extreem. Daardoor is de kans groot dat toch al zeldzame planten en dieren enorm in aantal zullen afnemen en misschien wel zullen verdwijnen.

Meer berichten