Columns

Uut 't Wald | Hand-Gods-en-de-duvelsklauwe

Hand-Gods-en-de-duvelsklauwe

Opeens zag ik ze tijdens een wandeling met de hondjes in het Achterveld bij Neede. Met tientallen stonden ze vlak bij de weg in een voormalig weiland, dat door de natuurbeheerder volledig verschraald is. "Koekkoeksbloemen", riep ik verrast. Waarop mijn lief mij onmiddellijk corrigeerde. "Nee joh, dat zijn wilde orchideeën."
Volkomen juist, maar toch had ook ik het niet helemaal fout. De gevlekte orchis wordt in de streektaal vaak koekkoeksblome (of koekkoeksbloeme) genoemd. Volledig ten onrechte, want hoewel de koekkoeksbloem ook paars-roze is en daardoor een beetje lijkt op de orchidee, is het een heel ander soort bloem, een anjerachtige.
Andere benamingen voor (wilde) orchideeën zijn in het Achterhoeks slangenblome en kullekenskruid. En ja, dan is er nog die heel bijzondere naam: Hand-Gods-en-de-duvelsklauwe. Een hele mond vol en je vraagt je af hoe onze voorouders er in hemelsnaam toe kwamen, een bloem zo te noemen.
Wel, die naam zit 'm in de wat eigenaardige dubbele wortelknol waaruit de plant groeit. Waaraan de orchidee ook z'n wetenschappelijke naam orchis dankt. In het Grieks betekent orchis namelijk teelbal. Maar ja, als je dat in het Achterhoeks vertaalt, dan krijg je iets als klotebloem. En daarmee doe je die fraaie plant natuurlijk geen recht.
Overigens was ooit de meest gangbare benaming Liefkenskruid. Maar dat was meer dan honderd jaar geleden, toen de orchideeën in mei en juni nog kleur gaven aan de Achterhoekse weilanden. Tegenwoordig moet je er echt naar zoeken en komen ze eigenlijk alleen nog in natuurgebieden voor. In het Achterveld bijvoorbeeld. Maar ook in het gebied Koolmansdijk onder Lievelde. Daar kun je zelfs vijf verschillende soorten aantreffen.

Meer berichten