Foto:
Columns

Zwaleman | Supermarkt

Supermarkt

"Oei, de suiker is op. Goh Jan, wil jij even snel een pond halen?" Zoals zovele huismoeders in haar tijd had ook mijn mama er geen enkel probleem mee, om haar zoontje er voor een boodschap op uit te sturen. Ook al was ik nog maar net zes en moest ik om bij de kruidenierswinkel te komen een heel drukke straat oversteken.
Ik realiseer me trouwens, dat ik zojuist een woord gebruikte dat lezers die een stuk jonger zijn dan ik misschien niet eens kennen. Voor hen daarom even een korte uitleg. Een kruidenierswinkel was, zou je kunnen zeggen, de voorloper van onze hedendaagse supermarkt. Met dien verstande, dat je bij de kruidenier alleen de zogenaamde droge levensmiddelen kon krijgen. Geen verse dus. Met uitzondering soms van brood. Maar dat werd alleen verkocht als aan de kruidenierswinkel ook een bakkerij was verbonden. Wat overigens op het Achterhoekse platteland vaak het geval was.

Mijn ouders waren lid van de PvdA en de VARA en dat betekende automatisch dat je ook klant was van de Coöperatie, de 'rode' kruidenierswinkel. In mijn geboorteplaats waren ook een Roomse en een hervormde kruidenier, maar daar rinkelde de winkelbel alleen voor katholieken, respectievelijk hervormden. Tja, Nederland was nog keurig in hokjes verdeeld…
Bij de Coöperatie zette de juffrouw achter de toonbank een papieren puntzak op de weegschaal, haalde met een soort schep een hoeveelheid suiker uit een bak achter haar en liet die zorgvuldig in de zak lopen. Net zolang tot de naald van de weegschaal een halve kilo aanwees. Met de dichtgevouwen zak liep ik de deur uit. Zonder te betalen, want de aankoop werd in 'het boekje' genoteerd. Op zaterdag rekende mijn moeder de kleine aankopen van de hele week in één keer af.
Niet alleen suiker, ook allerlei andere levensmiddelen werden 'los' verkocht. Macaroni bijvoorbeeld, of bruine bonen. En naast levensmiddelen verkocht de kruidenier ook allerlei andere huishoudelijke artikelen.
Ik ging af en toe met mijn moeder boodschappen doen. Dat betekende een fikse wandeling, want zoals gezegd, de kruidenier verkocht geen verse waar. Om de voorraadkast weer vol te krijgen, moest je dus diverse winkeltjes bezoeken. De melkboer, de groenteman, de bakker, de visboer, elk leverde zijn eigen producten. En dat bleef zo tot in 1961 een nieuwe wet het mogelijk maakte om in één winkel allerlei verschillende (verse) producten te verkopen. Die wet opende de weg voor de zelfbedieningswinkels, de supermarkten.

Vorige week werd in mijn dorp Neede een nieuwe supermarkt geopend. Ik zal de naam van de keten niet noemen, maar als ik vertel dat ook Max Verstappen daar zijn boodschappen doet, ach dan weet u genoeg.
Ik heb er de dag na de opening even rondgekeken. Naar de kiwi's en aubergines op de groenteafdeling. Waar had de groenteboer in mijn dorp nog nooit van had gehoord. Naar de broodafdeling, waar meer dan twintig verschillende soorten broodjes voor het grijpen lagen. Onze bakker had er vroeger twee: witte en bruine. En naar de afdeling vlees, waar je niet alleen varkens- en rundvlees, maar ook allerlei vis- en kipproducten en kunt kopen. Vroeger moest je daarvoor drie winkels aflopen.

Grote vraag is natuurlijk of we met die hedendaagse supermarkt nou veel beter af zijn. Tja, het is maar hoe je het beziet. Ik wilde vorige week alleen maar even een kijkje nemen, maar toen ik bij de kassa arriveerde moest ik toch achttien euro afrekenen. Voor dingetjes die ik eigenlijk helemaal niet nodig had. Dat zou me vroeger bij de kruidenier nooit zijn overkomen.

Meer berichten