Foto:

'Jullie hakken woorden soms ineens in stukjes'

WINTERSWIJK - Vrijdagmorgen, half tien. Op de leestafel in de bibliotheek staan koffie- en theekopjes klaar. Maar ook bonbons en chocolaadjes. Aan tafel zit een groepje vrouwen, elk van hen met een dik boek van Carlos Ruiz Zafón: Het spel van een engel, en een notitieboekje met aantekeningen. Dat is de leesgroep voor anderstaligen, onderdeel van het Taalhuis van de Bibliotheek Winterswijk.

Door Lydia ter Welle

"Wij zijn de leesgroep voor anderstaligen, op dit moment bestaand uit acht vrouwen, maar ook mannen die van lezen houden en zo meer willen leren van Nederland en de Nederlandse taal zijn welkom. Er kan ook een tweede groep worden gestart, die dan eerst begint met eenvoudiger boeken", vertelt de van oorsprong Russische Daria Kasimanova. Zij was ongeveer vier jaar geleden de initiatiefneemster van de leesgroep. "Ik was net in Nederland en wilde beter Nederlands leren spreken. En dat gaat goed in een leesgroep, want door te lezen leer je meer woorden en doordat je er over praat, leer je ook meer woorden te gebruiken."

Boekkeuze
De leesgroep kiest gezamenlijk een boek, en leest daarin per week - als huiswerk - minstens vijftig bladzijden. Tijdens het lezen komen moeilijke woorden en begrippen voorbij. Met de leesgroep bespreken ze de dingen die hen opvielen en ook de dingen die ze lastig vinden. En dat zijn niet alleen moeilijke woorden, maar ook cultuurverschillen, gebruiken die anders zijn dan ze in hun moedertaal en -land gewend zijn. In het begin waren de boeken veelal thrillers en chicklits, maar nu steeds vaker literatuur, zoals de roman van Zafón die momenteel wordt gelezen.
"Juist door over de boeken te praten, leren we veel. Het eerste uur bespreken we dingen met elkaar, en het tweede uur zijn er vrijwilligers beschikbaar die ons dingen uitleggen", zegt Daria.

'Mmmm, lekker'
Irina, zojuist binnengekomen, is jarig, en wordt gefeliciteerd. Ze heeft zelf iets gebakken voor bij de koffie en daarvan smullen we. Daarbij maak ik het gebaar dat we in Nederland kennen voor 'mmmmm, lekker', met de hand bewegend ter hoogte van het oor. Ana, uit Spanje, zegt meteen: "Kijk, dat is nu zo'n gebaar, dat wij helemaal niet kennen!" Kennelijk is het een typisch Nederlands gebaar, want geen van de acht vrouwen (uit Marokko, Oekraïne, Polen, Rusland, Irak, Salvador en Spanje) kent het gebaar.
Juliya zegt, zorgvuldig haar woorden kiezend en articulerend: "Dat maakt het ook moeilijk. Als je de taal niet goed kent, kun je je niet goed uitdrukken. En je bent steeds bang dat je iets stoms doet of zegt, misschien zelfs iets dat beledigend is. Hier op de leesgroep leren we meer uitdrukkingen, meer nuances."

Boos, razend, woedend
Als voorbeeld noemen ze de grote hoeveelheid woorden die het Nederlands kent voor – verschillende nuances van – boos. Daria: "We hebben een keer een schuine lijn gemaakt, daar de woorden voor boos bij geschreven, het woord voor het minst boos onderaan, en dan omhoog naar heel erg boos. Denk er maar eens over na: het zijn er heel veel!"

'Je bent steeds bang dat je iets stoms zegt of zelfs iets dat beledigend is voor iemand'

Ana noemt een ander probleem: "Jullie hakken soms in een zin woorden opeens in stukjes! Dan ken ik bijvoorbeeld net het woord 'uitleggen'. En dan lees ik opeens: 'De leraar legt de moeilijke som aan alle kinderen uit.' Legt vooraan de zin en ergens achteraan komt pas uit. Dat vind ik nog steeds lastig!"

Marlena noemt de zinsbouw in het Nederlands. "Dat is erg lastig. Het is niet altijd hetzelfde, en juist als je die uitzonderingen niet goed gebruikt, laat je horen dat Nederlands niet je moedertaal is. Terwijl we allemaal graag de taal zo goed mogelijk willen spreken."
Moeilijkste woord dat er is
Als grootste moeilijkheid noemen de deelnemers aan de leesgroep een simpel woordje van maar twee letters: er. Daria: "Jullie gebruiken dat heel vaak en op zoveel verschillende manieren. En het is ook nog eens een woordje dat in een gesprek niet zo erg opvalt, niet goed te herkennen is."

Graag verbeteren
En ook vinden alle vrouwen het heel erg vervelend dat ze niet worden verbeterd als ze iets fout zeggen. Ana legt uit: "Zelfs niet door mijn partner. Ik heb op de leesgroep wel eens iets geleerd, dat ik al heel lang fout heb gezegd of uitgesproken. Dan ben ik heel boos op mijn partner, want hij had dat al veel eerder kunnen verbeteren. Als je niet wordt gewezen op je fouten, kun je er ook niet van leren!"

Taalhuis
Zo is dit gesprek met de leesgroep heel erg leerzaam voor mij, en zelfs voor Ellen van Maaswinkel van de Bibliotheek Oost Achterhoek, die aanschoof om te vertellen dat de leesgroep een onderdeel is van het Taalhuis in de bieb. Het Taalhuis is in 2015 ontstaan in samenwerking van onder andere gemeenten, bibliotheken, Stichting Lezen en Schrijven en het Graafschapcollege. "Via het Taalhuis helpen we mensen om beter te leren lezen en schrijven, maar bijvoorbeeld ook om beter te leren omgaan met de computer. Speciaal daarvoor is een hoek ingericht. Het Taalhuis richt zich niet alleen op anderstaligen, maar op iedereen die – om wat voor reden dan ook – moeite heeft met lezen en schrijven, en/of met computer of tablet. De Taalhuismedewerkers – zowel vrijwilligers als medewerkers van de bieb – kunnen mensen helpen om dat te verbeteren. Je hoeft geen lid van bieb te zijn. Er zijn hulpmiddelen voor: speciale boeken,
Iedere anderstalige is elke vrijdagmorgen van 09.30 tot 11.30 uur welkom in de bibliotheek, gevestigd in het Gerrit Komrij College aan de Parallelweg. Informatie vragen bij de balie mag natuurlijk ook.


www.oostachterhoek.nl

Meer berichten