Links in de verte een oude steenfabriek, nu beter bekend als Obelink. Foto: Bernhard Harfsterkamp
Links in de verte een oude steenfabriek, nu beter bekend als Obelink. Foto: Bernhard Harfsterkamp
Columns

Vanaf een bankje

Vanaf een bankje

Aan de Eekelerweg

Door Bernhard Harfsterkamp

WINTERSWIJK - Opnieuw bevind ik me in het gebied dat het Molenveld wordt genoemd. Tot voor kort wist ik dat niet, totdat de gemeente een visie opstelde voor het gebied tussen rondweg, Misterweg, Vreehorstweg en Grote Veldweg. De naam is begrijpelijk. Het is het "veld" achter de Venemansmolen. Het is ook het gebied waar twee steenfabrieken lagen en diverse kleiputten en het bosgebied de Driemark.

Achter het bankje waarop ik zit ligt een van die kleiputten. Nee, die hoeft niet ondieper gemaakt te worden, want die is niet al te diep. Links zie ik Obelink liggen. Op de plek waar ooit stenen werden gebakken tref je nu caravans, campers, tenten en heel veel mensen aan. De andere steenfabriek is nog wel in bedrijf. Daarvoor moet ik naar rechts kijken, maar het bos voor me onttrekt het aan het gezicht. Dat er nog steeds stenen worden gebakken is echter goed te zien op het bankje waarop ik zit. Dat is bedekt met een opgedroogde laag oligoceen, de fossiele klei die gebruikt wordt voor het bakken van de stenen.

Die klei werd lang met een treintje met kipkarretjes (spreek uit kiepkarretjes) over een smalspoor van de groeve naar de steenfabriek vervoerd. Van dat spoortje kun je overal in het Molenveld, ik zal me die naam toch maar aanwennen, nog de rails zien liggen. Bijvoorbeeld tussen de kleiput achter me en dat andere kleiputje, dat viswater is geworden en waar ik al eens eerder op een bankje zat. En ook bij die kleiput waar nu enige discussie over is. Tegenwoordig wordt de klei vervoerd met vrachtwagens. Vanaf de groeve bij de Driemarkweg onderlangs de oude vuilnisbelt en daarna nog een stukje over de Eekelerweg. Onderweg komt er blijkbaar nogal wat klei in de berm terecht, want het bankje en de prullenbak ernaast is er helemaal mee overdekt.

Naast me en tegenover me staan veel Amerikaanse eiken. Dat Amerikaanse duidt er op dat het geen boom is die oorspronkelijk in ons land voorkwam. Planten die van buiten af komen worden aangeduid als exoot en als ze te veel overlast veroorzaken zelfs als invasieve exoot. Dan verdringen ze waardevolle inheemse planten en dat willen we liever niet. Maar ook exoten kunnen inburgeren. Wie weet er nu nog dat rode klaver ooit zo'n exoot was? Die Amerikaanse eik vind ik in de herfst altijd weer prachtig, omdat de bladeren zo mooi verkleuren. Dat doen de inlandse zomer- en wintereik niet. Ik geef echter onmiddellijk toe dat onder een Amerikaanse eik veel minder planten willen groeien en dat er in die boomkronen veel minder dierlijk leven zit dan in de kroon van een zomereik. Aanplant van Amerikaanse eiken? Dat moeten we maar niet meer doen, maar waar ze staan hoeven ze niet meteen omgezaagd te worden.

Op dit bankje besef ik opnieuw dat de mens in de laatste eeuwen een enorm stempel op het landschap heeft gedrukt. Bijna alle bomen in deze omgeving zijn aangeplant. Maar vooral de hoogteverschillen in de buurt van Eekelerweg en Driemarkweg zijn opmerkelijk. De oorzaak is in alle gevallen de klei in de ondergrond, waarmee die Winterswijkse bakstenen met een donkerrodere kleur konden worden gebakken. Tegenwoordig is zo'n kleiput diep en grootschalig, maar in de eerste honderd jaar van die kleiwinning waren die putten niet zo groot en diep. Let in dit gebied op de hoogteverschillen. Als het weiland, zoals dat achter me, lager ligt weet je dat er grond is afgegraven. Die kleiput aan de Driemarkweg waarover nu discussie is was in de jaren zeventig ook helemaal niet zo diep. Er lag daar toen een hele reeks kleine ondiepe kleiputjes. Het is pas één diep gat geworden toen er grond nodig was voor het afdekken van de vuilnisbelt ernaast.

Meer berichten