Het bankje langs het Vriezenhuispad. Foto: Bernhard Harfsterkamp
Het bankje langs het Vriezenhuispad. Foto: Bernhard Harfsterkamp

Vanaf een bankje

Vanaf een bankje

Langs het Vriezenhuispad

Door Bernhard Harfsterkamp

WINTERSWIJK – Vanaf eind 2006 kijk ik in 't Woold langs een vaste route van ongeveer vijf kilometer een keer per week naar de planten die in bloei zijn. Door dit over een langere periode vol te houden kun je iets vertellen over de verschuivingen in de bloeitijd. Daarom noem ik het ook wel mijn natuurkalenderroute. Elders in het land wordt het klimaatwandeling genoemd, maar een periode van ruim tien jaar is veel te kort om iets zinnigs over klimaatverandering te kunnen vertellen.

Het houten bankje waarop ik ben gaan zitten bevindt zich niet ver van de plek, hoog op de oever van een beekje, waar de bosanemoon elk jaar als eerste bloeit in Winterswijk. Dat beekje stroomt langs een bospad, al kun je het ook een pad noemen dat door een brede houtwal loopt. Dat pad begint bij de Guldenweg en eindigt bij de Harkelsweg. Dit keer loop ik er met de fiets in de hand, want voor fietsen is het pad op vele plekken niet geschikt. Dat komt omdat de vele passerende mountainbikers het onbegaanbaar hebben gemaakt. Over dit soort paden moet je niet willen fietsen. De bosanemoon bloeit er dit jaar nog niet. De afgelopen weken waren te koud. Sinds 2006 zijn er slechts twee jaren geweest dat deze algemene voorjaarsbloeier hier al eind februari bloeide.

Die natuurkalenderwandeling loop ik al een tijdje niet heel regelmatig meer. Het past even minder goed in mijn weekplanning, maar misschien ben ik er een beetje op uitgekeken. Ik ga liever op zoek naar een nieuw bankje, dan wekelijks langs dezelfde bankjes te komen. De twee langs dit bospad zijn wel erg opvallend. De bomen waarvan ze gemaakt zijn, zijn nog herkenbaar. Het enige nadeel ervan is dat ik erg laag bij de grond zit. Ze zijn een paar jaar geleden geplaatst toen er op het landgoed Vriezenhuis, waar ik me bevind, een wandelpad werd geopend.

Ik zeg landgoed Vriezenhuis, maar moet officieel zeggen NSW-landgoed Vriezenhuis. Grote landgoederen met een kasteel kennen we niet in Winterswijk, wel veel NSW-landgoederen. NSW staat voor Natuurschoonwet. Als je voldoende landerijen hebt omzoomd door houtwallen en bosjes en er minstens één groot bos in ligt kun je van je bezittingen een NSW-landgoed maken (ik leg het nu even heel kort door de bocht uit). In ruil daarvoor krijg je belastingvoordelen, maar je moet er ook wat voor terug doen: openstellen en zorgen dat de paden goed begaanbaar blijven.

Het Vriezenhuis is een van de grotere landgoederen van Winterswijk. Vele hectares akkers en weilanden, veel houtwallen, diverse boerderijen en de statige scholtenboerderij, die je ook het landhuis of het kasteeltje zou kunnen noemen. De bossen van het Vriezenhuis liggen langs de Boven-Slinge (onder andere op de hoge oever van Bekendelle), de breedste beek van Winterswijk, en de Siepersbeek, een van de vele smalle beekjes. Soms hebben die niet eens een naam, zoals het beekje dat door de bosstrook met de bankjes loopt. Of is het gewoon een sloot? Het onderscheid tussen sloot en beek is soms maar marginaal, maar het slootje hier is diep ingesneden en heeft oevers met allerlei levermossen wat mij dan weer de neiging geeft het een beekje te noemen.

De plek waar de twee bankjes langs het Vriezenhuispad zijn geplaatst, is goed gekozen. Ze bevinden zich bij een doorkijkje, zodat je niet alleen tegen bomen en struiken aankijkt, maar ook het landschap daarachter ziet. In de verte zie ik de imposante boerderij met bijgebouwen liggen, waar in de 19de eeuw een dwarshuis is voor gezet. We noemen ze scholtenboerderijen, hoewel ze vaak niets met de oorspronkelijke scholtenboeren te maken hebben. Maar dat is een verhaal dat ik op een volgend bankje zal vertellen.

reageer als eerste
Meer berichten