Foto: Nick Oostendorp
Columns

Randbericht | Carnavalseten

Carnavalseten

Elk jaar ga ik met carnaval op stap. Hoewel ik niet een feestneus ben, niet van verkleedpartijen houd en geen liefhebber ben van bier, begeef ik me in de dagen voor Aswoensdag graag onder de mensen voor wie de carnavalstijd het hoogtepunt van het jaar is. De reden is dat ik zo omstreeks 1999 geïnteresseerd ben geraakt in de eetgewoonten tijdens dit feest.

Van oorsprong ben ik een katholieke jongen en onderdeel van het Roomse volksdeel in Winterswijk. Hoewel ik niet meer gelovig ben, heb ik bepaalde trekjes die deze bevolkingsgroep typeren wel behouden. Ik noem de Bourgondische inslag en een gebrek aan starheid. Je mag dat ook flexibiliteit noemen, maar dat klinkt soms alsof je bereid bent om met alle winden mee te waaien. Zo erg is het niet.

Of het aan de relatief kleine omvang van de katholieke gemeenschap lag, weet ik niet, maar in het dorp is er nooit een carnavalstraditie geweest. In tegenstelling tot in enkele buurgemeenten of Meddo. Het is wel geprobeerd. Winterswijk heeft prinsen carnaval gekend en als jongen van een jaar of elf heb ik tijdens een optocht op een praalwagen gezeten. Samen met mijn zussen beelden we een sprookje uit op een versierde aanhanger. Ik was prins of koning, maar erg op mijn gemak voelde ik me niet. Ik had het nogal koud en heb toeschouwers langs de weg vooral boos aangekeken.

Deze onaangename ervaring zal veroorzaakt hebben dat ik daarna geen groot carnavalsvierder ben geworden. Toch ben ik de laatste twintig jaar regelmatig overal in de wereld bij carnaval aanwezig geweest. Er was namelijk een vraag in me opgekomen: wat wordt er gegeten tijdens carnaval. Omdat ik daar in de boeken en op het prille wereldwijde web weinig over kon vinden, besloot ik het in de praktijk te onderzoeken. Daarom ben ik veel in Brabant, Limburg en in Duitsland geweest. Ik was zelfs een keer in Brazilië.

Daardoor kwam ik er achter dat een dieet van patat en bier verreweg het populairst is bij de carnavalsvierders in ons land. In Brazilië stuitte ik op een gerecht met vlees dat minstens drie dagen op zacht vuur gestoofd moet worden. In Duitsland vond ik een merkwaardige carnavalssoep en allerlei katerontbijten, maar die zijn er voor Aswoensdag wanneer het feest voorbij is. In Frankrijk eten ze dan een kippensoep, waaraan ze aspirientjes hebben toegevoegd. Ook populair tijdens en direct na de carnaval bleken allerlei hapjes met haring.

Weet ik inmiddels hoe het zit? Nee, ik moet het blijven volgen, want de gewoonten blijven veranderen. De cafetaria blijft onverminderd populair, maar ik vind het mooi dat er dan niet alleen moderne eetgedrochten als een patatje kapsalon worden besteld. In Brabant blijft het worstenbroodje geliefd en in Limburg eten ze graag zoervleisj. Dat zuurvlees lijkt op de Sauerbraten, die ik ook al bij onze Duitse buren aantrof. Al hebben ze daar met carnaval het liefst een bokworst of een weissworst. Mijn favoriete carnavalseten? Dat is dat zure vlees en ik zal mijn uiterste best doen daarvan met terugwerkende kracht een Achterhoeks streekgerecht te maken, dat we het hele jaar door eten.

reageer als eerste
Meer berichten