Het bankje aan de rand van de Meddose veen. Foto: Bernhard Harfsterkamp
Het bankje aan de rand van de Meddose veen. Foto: Bernhard Harfsterkamp
Vanaf een bankje

Vanaf een bankje

Vanaf een bankje

Aan de rand van het Meddose veen

Door Bernhard Harfsterkamp

WINTERSWIJK – Grote bossen en natuurgebieden zijn er niet veel in het Winterswijkse waardevolle cultuurlandschap. Het is toch vooral kleinschaligheid dat het beeld bepaald. Dat is niet altijd zo geweest. Wel in het oudste deel, het oude hoevenlandschap, maar daarbuiten lagen tot in de 20ste eeuw uitgestrekte heidevelden en een enkel veengebied. Het Korenburgerveen is daarvan een groot restant. Het heeft inclusief de bufferzone een oppervlakte van zo'n 400 hectare.

Er is een periode geweest dat het Korenburgerveen zelfs aangeduid kon worden als het grootste bos van Winterswijk. Op de schrale graslanden, het enkele heitje en de veenputten na, groeide het steeds verder dicht. Belangrijkste reden was dat het veen verdroogde. Dat dit is veranderd kan ik vanaf het bankje aan de Kooiveldweg meteen zien. In de rand van het Meddoseveen staan steeds meer dode bomen. Het is er te nat voor ze geworden en dan sterven ze af. De mens heeft hiervoor wel moeten helpen. Overal in het veen zijn damwanden aangebracht om het water niet weg te laten stromen.

Korenburgerveen? Meddose veen? De namen lopen door elkaar. Het hele veen wordt doorgaans Korenburgerveen (en vroeger Kolenbarger- en Konenbergerveen) genoemd. Het gedeelte ten oosten van de spoorlijn naar Zutphen is het Meddoseveen, want gelegen in de buurtschap Meddo. Het noordelijk stuk van het westelijk deel is het Vragenderveen en rest werd ook weer Korenburgerveen genoemd. In engere zin, werd er dan bij gezegd. De naam Corlese veen wordt daarvoor ook wel gebruikt. Het Meddose veen is het gedeelte dat gedeeltelijk is opengesteld. Daar in de verte achter die dode berken loopt ergens het wandelpad en staat de uitkijktoren van waaruit je een mooi uitzicht over een deel van het natuurgebied hebt.

Voor de dode bomen ligt een grote plas. Daar zie ik iets wits. Ik heb een vermoeden, maar nadat ik de kijker uit de fietstas heb gehaald, weet ik het zeker. Het is de grote zilverreiger. Zo'n vijftien jaar geleden zag ik er voor het eerst één vliegen bij de Groenlose Slinge. Ik dacht dat het een albino blauwe reiger was. Wist ik veel. Gelukkig raadpleegde ik daarna een echte kenner. Sindsdien heb ik de grote zilverreiger steeds vaker zien op duiken in Winterswijk en Aalten. Tegenwoordig is het een gewone verschijning geworden in de herfst en winter.

Die witte reiger valt meteen op als die in een weiland of plas staat of overvliegt. Ze overnachten in groepen, bij de kleine Slingeplas bij Bredevoort en ook wel bij de grote plas aan de Driemarkweg. In lente en zomer zijn ze bij de Oostvaardersplassen te vinden, waar ze broeden. Het zal mij niet verbazen wanneer er in de komende jaren enkele in onze omgeving blijven hangen. Misschien is de rand van het Meddose veen er zelfs wel geschikt voor. Vanaf het bankje zie ik niet alleen de reiger, maar kijk ik ook uit over een bijna kale vlakte met hier en daar een boom. Nog niet zo lang geleden lagen hier graslanden. Totdat de voedselrijke bovenlaag werd verwijderd. Op het witte voedselarme zand, ook wel klapzand genoemd, zal zich geleidelijk aan heide en schraalland ontwikkelen. De woeste grond van weleer keert hier en daar terug. Maar ik had het ook mooi gevonden wanneer hier natte bloemrijke hooilanden hadden gelegen, zoals ooit overal rondom het Korenburgerveen lagen. Daarvan had ook wel wat meer mogen overblijven.

reageer als eerste
Meer berichten
<SCRIPT SRC="//ib.adnxs.com/ttj?id=5221778&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=achterhoeknieuwswinterswijk.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=710,711" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>